Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Langzamerhand bevrijdde hij zich van de vreemde benauwing, die z'n angstige droomen hadden verwekt; hij begon zich sterk te voelen in z'n voornemen en vol uitdagenden durf tegenover iedereen. Begrijpend toch niet meer te kunnen slapen, keek hij op z'n horloge. Het was nog geen zeven uur, in huis heerschte de nachtstilte nog souverein en op straat ontloken spaarzaam de daggeruchten ; de stappen van de weinige voorbijgangers klopten öp naar het venster van z'n slaapkamertje, lawaaiig ratelde af-en-toe 'n wagen aan, de straat vullend met bedrijvig rumoer. Lang-slaper als Siegfried gaarne was, kostte het hem zelf-overwinning op te staan. Doch in z'n gemijmer groeide z'n werklust als tot 'n koorts en op eens, met 'n sprong, was hij uit z'n broei-warme bed. Haastig kleedde hij zich en trad in z'n zitkamer. Nooit nog was hem de bijna sjofele eenvoud van dit vertrek zoo weerzin-wekkend geweest als dezen morgen onder het druilerig-grijze licht, dat uit 'n vuile, lage regenlucht neerzeeg. Rommelig en poover van stoffeering, met als 'n verdwaalde kostbaarheid tusschen de stijllooze, ouderwetsche meubelen, z'n piano, stiet het vertrek hem terug door z'n smakelooze burgerlijkheid. En hij moest weer denken aan van Rodes studeerkamer, die als vol warme koestering was, aan al de luxe en beschaafde weelde, waarnaar z'n hart uitging.

Was het niet, of 'n innerlijke stem hem zei, dat z'n bestemming elders lag dan in z'n tegenwoordige werkkring, dat hij wel waarlijk behoorde tot degenen, die door de fortuin worden begunstigd en 'n schitterende carrière maken? Had hij niet aldoor de laaste maanden deze wonderlijk-gewekte verwachting in zich omgedragen met het voorgevoel, dat het toeval of de omstandigheden hem daarbij helpen zouden? Moest hij thans niet toegrijpen ?

Hij deed geen moeite meer, die influisteringen te toet-

Sluiten