Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schaduw van de zoo even gevoerde, onaangename besprekingen nog over hun gemijmer, voelde hij, dat de herstelde Thilde ook weer de haar toekomende plaats zou willen innemen in z'n leven. De eerste woorden, die daar op zouden duiden, wachtte hij met bevende spanning. Hij trachtte 'n afleidend, opmonterend gesprek te beginnen, maar het lukte hem niet. En daar, in-eens, zei Thilde het zonder eenige voorbereiding.

„Noemen jullie elkaar bij de naam, freule van Rode en jij ?"

Die onverwachte, directe vraag, die als 'n vermoeden van z'n geheime verlangens was, onthutste hem. Hij voelde zich blozen van verwarring en verlegenheid, terwijl hij trachtte schertsend zich goed te houden.

„Hoe kom je daar zoo bij? Nee hoor, zoo ver heb ik 't nog niet gebracht.... Kan je denken.... freule van Rode! Dat is geen kleinigheid!"

„Het zou kunnen niet waar. Nu ja als je er zoo vaak komt en zoo bevrind ben met de familie .... Enne zooals jullie aangewandeld kwamen daar juist

De woorden klonken nog argeloos, maar Siegfried doorvoelde de heimelijke bedoeling en in 't nauw gedreven, besloot hij tot 'n andere houding.

„Wat zou het dan nog?" vroeg hij gemelijk als door achterdocht beleedigd. „Wat zou het dan nog, als we zoo vriendschappelijk met elkaar omgingen, dat we elkaar tutoyeerden? Je ben toch, hoop ik niet jaloersch zeg?"

„Zou jij dat zoo'n wonder vinden, als jij je in mijn positie indenkt?" was de schuchtere wedervraag.

Haar zachtheid maakte hem bruusker.

„Nou, dan moet ik je toch verzoeken, dergelijke malligheden uit je hoofd te zetten hoor. Voor de vrouw van 'n artiest is jaloezie 'n ramp. Het is bekrompen en kinderachtig daar-en-boven ...; Lieve hemel, wat 'n

Sluiten