Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schelle tooneelhcht, was de schuwe wensch in hem gekomen, dat de beidé, op het scrupuleuze af eerbare vrouwen het stuk nooit onder de oogen zou komen, schoon eigen gewetensbezwaren waren verstomd. Aan alle gepieker had hij 'n eind gemaakt door de overweging, dat hij niet meer terug kon. En de losse toon, die heerschte in z'n nieuwe omgeving, had het verantwoordelijkheidsbesef al reeds danig verzwakt. Al z n moreele kwellingen waren ondergegaan in de eene groote angst voor de mislukking van z'n geestesproduct, waarvan met de zinnenprikkelende, zwoele atmosfeer hem hinderde, maar waarvan hij Zich de musicale onvolkomenheden bitter verweet.

'n Tik met den knop van 'n wandelstok op de kamerdeur deed Siegfried opschikken uit z'n verward gepeins. Hij schoot snel z'n rok aan, die hij nog 'ns zorgvuldig had afgeborsteld, werkte z'n manchetten in de mouwgaten, terwijl hij „binnen" riep, eenigszins heesch van spanning, wat hem nu weer wachtte. Want m zn overprikkeling duchtte hij telkens nieuwe onaangenaamheden. Doch ditmaal was de verrassing van pleizierigett aard. Binnen trad op z'n kalme, nonchalante manier Otto van Rode. , Gelukkig als trof hij 'n lotgenoot strekte Siegrned hem beide handen toe ter opgewonden, verheugde bebegroeting. , ... T,

„Verduiveld kerel, wat ben ik blij, dat ik je zie. Ik was waarachtig bang, dat je me voor alles alleen zou laten staan in de moeilijkheden", verzuchtte hij met n eenigszins opgelucht hart. Maar Van Rode klopte hem lachend op den schouder.

„Te maakt de indruk, dat je leelijk in de piepzak zit, beste jongen", spotte hij. „Moet je niet doen, kom-kom, malligheid hoor. 't Wordt 'n enorm succes!

Sluiten