Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontzag voor den jonkheer met z'n hautaine zelfbewuste manier van spreken en doen. Hij verbeeldde zich ook, dat sinds Laborde in de familie gekomen was, de dames van Rode zich terugtrokken en de verhouding verkoeld was tot welwillende, beschermende beleefdheid. Op aandringen van Otto had hij zich intusschen aan de tafel gezet, bescheiden achteraf, maar in norsche onvree met zich zelf en de heele situatie.

'tLiefst was hij onmiddelijk weer vertrokken; hier in deze verlichte zaal met 'n uiterst gedistingeerd publiek en de onberispelijke, rondloopende kelners voelde hij zich nog veel minder op z'n gemak dan in de eenzaamheid van z'n derde-rangs hotelkamer. Hij had aldoor de gewaarwording, of er half meelijdende blikken op hem werden geworpen, als ontdekte iedereen in hem den componist, die 'n fiasco tegemoet ging. Als 'n verward gezoem omroesde hem het gepraat en werktuigelijk, op goed geluk gaf hij korte antwoorden. Zonder dat het eigenlijk tot hem doordrong, raadpleegde hij ook telkens z'n horloge. Totdat z'n vriend van Rode hem er mee begon te plagen.

„Man, zit toch rustig. We komen vast niet te laat. Ze zullen trouwens best op je wachten, ze kunnen niet beginnen zonder jou."

'n Kelner bracht hem koffie met 'n pousse. Hij wist niet meer, of hij het zelf besteld had of dat het hem was aangeboden. Met voorzichtige teugen nipte hij er van, want het kopje trilde in z'n hand en de likeur brandde in z'n keel.

,,'n Gewichtige dag voor u, meneer Rumpke. Ik drink op de goede afloop", zei mevrouw van Rode, met haar innemendsten lach haar glas opheffend.

Siegfried knikte stom; z'n tong lag zwaar in den

Sluiten