Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lonkje soms, hem voorbij heten, klopte aan de deur van de kleedkamer.

'n Welluidend „binnen" deed hem met meer gerustheid de kruk omdraaien en 'n prikkelende geur van reukwater, poudre-de-riz en schminck zwoelde hem tegen.

Te midden van 'n chaotischen rommel in 't gevangenisachtig-kale en kille kleedhokje, zat kouwelijk in 'n kostbaren pelsmantel gedoken Lifly Schönberg, met 'n verstoord gezicht op de gepolijste nagels van haar wel verzorgde handjes te bijten. Siegfried, die haar huallang genoeg had bijgewoond om ze in haar eigenaardigheden en luimen te kennen, begreep onmiddellijk, dat een of ander kwestietje met haar collega's wel de oorzaak zou zijn van dit ontstemd zich terugtrekken en hoezeer hij, in functie, zonder schroom de eigendunkelijke zangeres z'n op- en aanmerkingen durfde zeggen, op dit moment moest hij 'n zekere schuchterheid overwinnen om de vertoornde diva te naderen. Echter, toen ze, traag het hoofd omwendend, hem bespeurde, veranderde plots de uitdrukking van haar gezicht. Met de lenigheid van haar jong, soepel lichaam, veerde ze op uit het lage fauteuiltje, kwam allerinnemendst glimlachend, met uitgestrekte hand naar hem toe.

„M'n hartelijke gelukwenschen, m'n waarde heer Rumpke. Het wordt van avond 'n groot succes", zei ze met haar sterk Duitsch accent en stralende oogen.

„Dank zij uw voortreffehjke creatie", beantwoordde haar hoffelijk Siegfried, in z'n erkentelijkheid haar zachte, met diamanten besterrelde hand langer dan noodig in de zijne houdend.

„En dank uw veeleischendheid", kaatste ze z'n compliment terug en 'n zweem van spot vleugde over haar bewegelijk gelaat. Maar hij lachte in z'n gelukkige stemming.

Sluiten