Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het was van Rode, die schamper hooachnlend met het blad kwam aandragen,

„Dat is de beste reclame, die we ons wenschen kunnen, old chap", zei hij, Siegfried op den schouder slaande, als wilde hij hem feliciteeren met 'n buitenkansje.

Doch Siegfried las met verschrikte oogen. Wat hij zoo vaak voor zich zelf met gewetensbeklemming overpeinsd had, las hij nu als 'n openlijke aanklacht, als 'n vernietigend vonnis. En hij had geen enkele verontschuldiging om zich achter te verschuilen. Hij had van stonde af aan geweten, dat deze blaam hem treffen zou, dat ieder moreel hoogstaand mensch de schepping van van Rode en hem moest veroordeelen als 'n zedekwetsende lichtzinnigheid. Dat men in de kringen, waarin hij thans verkeerde, daar niet over sprak, er in 't gunstigst geval 'n verontschuldigend lachje voor over had, dat z'n stuk misschien avond aan avond volle zalen zou trekken, veranderde daaraan niets verzwaarde slechts z'n schuld. En plots moest hij denken aan de vreeselijke bedreiging: Wee den ergernisgever.

'n Inwendige koude doorhuiverde hem, op van Rode's o vermoedigen spot kon hij niet ingaan. Zwijgend en de schouders ophalend om zich tenminste 'n houding te geven, vouwde hij de krant - samen, smeet ze met 'n bruuske beweging op tafel. Het gescheld van z'n vriend op ouwe-wijven-preutschheid en farizeïsme kon hem niet over z'n gedruktheid heen helpen. Dat deed eerst later net uitbundig applaus van de volle schouwburgzaal, toen het gordijn daalde na de eerste acte en hij met trillende zenuwen in de orkestruimte naar links en rechts buigend z'n dank betuigde.

Sluiten