Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Siegfried had deze recensie niet aan Thilde gezonden en voor zoover hij wist, kwam deze krant noch bij tante, noch bij haar kennissen in huis. Ook had ze er niet op gezinspeeld, alleen achterdochtig-snifïélend gevraagd:

„De dolle Amerikaansche, wat is dat toch eigenlijk voor 'n rare titel? Hoe kom je daar in 's hemels naam aan, Sieg?"

Hij had achteloos z'n schouders opgehaald.

„Och, die titel. Dat is voor 't pubhek. En dat moet u trouwens van Rode vragen. Ik ben de schrijver niet."

Maar z'n hart had gebonsd van zenuwachtige, onrustige kloppingen en tantes scherp-peilende, achterdochtigglurende kraaloogjes had z'n blik ontweken. Ondanks al z'n overmoed voorvoelde hij toch als 'n smartelijke vernedering, dat hij over eenige uren de achting van deze eigenaardige, maar Oprechte, wel-meenende vrouw zou hebben verloren. En tevergeefs trachtte hij z'n betere gevoelens met allerlei drogredenen te ompantseren. De beantwoording van haar eventueel verwijt had hij reeds vaak genoeg overwogen, de houding, die hij dacht aan te nemen bestudeerd; bij zou haar zeggen, dat hij onder de hand oud en wijs genoeg was om zelf te bepalen, wat hij doen en laten mocht, zou hautain elke

inmenging in zijn aangelegenheden afwijzen En echter»

nu hij tegenover de eenvoudige vrouw zat met haar puriteins-streng gezicht, ontzonk hem het bewustzijn van superioriteit, kwam het kleinangsttge in hem van zich schuldig weten.

Deze neerdrukkende stemming vermocht hij niet gemakkelijk te bemeesteren en in zich zelf gekeerd, zwijgzaam bleef hij nog geruimen tijd, ook toen tante Cato op haar kamer 'n uurtje was gaan rusten en hij met 1 lulde de stad inwandelde. Opgetogen evenwel was, 10

Sluiten