Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV

En nu waren alle banden met het verleden verbroken. Breidelloos, in den dollen roes van triumf en, roekeloos door het hem rijkelijk toevloeiende geld, had Siegfried zich gestort in 't wilde, bruisende leven. Verhard in egoïstische genotzucht, zonder veel zielepijn of wroeging had hij z'n verloving met Thilde afgemaakt. De gedachte aan z'n eenvoudig, onschuld-rein meisje was als 'n roep-stem van z'n geweten, dien hij met alle middelen tot zwijgen wilde brengen en daarom moest allereerst de relatie met haar eindigen. Hij was begonnen met 'n hartelijken, waarlijk roerenden brief van Thilde onbeantwoord te laten. Wat haar kinderlijke, maagdelijke ziel met schrik vervulde had hij nu, eens en voor goed, verklaard als de vrijheid, die het goed recht was van den artiest en haar gemoedsbezwaren als kwezelarij bespot. En toen, na lang geduldig wachten van Thilde's kant, 'n tweede brief hem bereikte, waarin ze hem smeekte tot in- en terugkeer te komen, had hij dien eindelijk met 'n hautaine afwijzing als 'n beleedigde beantwoord en haar met 'n paar hoogdravende zinnen over bekrompen moraal, zich uitleven, kunst om de kunst, en „dem Reinen ist alles rein," de onmogelijkheid voorgehouden van bij elkander blijven en haar haar woord terug gegeven.

Thilde's wederwoord was waardig en berustend. Zij eischte niets voor zich. Zij wilde alleen zijn waarachtig

Sluiten