Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geliefd stil landstadje, kwam hij als zoo vaak langs het oude verweerde kerkje. Uit de opene deuren dreef orgelmuziek als 'n vlucht van plechtige, sonore klanken, die den musicus in Siegfried onmiddellijk boeiden. Getroffen door het meesterlijk orgelspel, bleef hij in het portaal luisteren, sloop eindelijk als werktuigelijk en zonder er zich precies rekenschap van te geven het heiligdom binnen.

In geen maanden had hij 'n kerk betreden en het drong pas tot hem door, dat hij in 'n bedehuis lag neergeknield, toen het orgel zweeg en de ban dermuziek gebroken was.

Ontroerd bleef Siegfried zitten in den zijbeuk van het verlaten, koelschemerige kerkje, de oogen star gericht op het barokke hoogaltaar, waarvoor de devote gloor van de godslamp als 'n robijn-roode ster zweefde. Als stemmen uit 'n lang, beter verleden hadden de orgeltonen tot z'n ziel gesproken en iets was er in hem begonnen te trillen, dat hij allang krachteloos-verlamd had gewaand, 'n Vredige, plechtige rust als niet van deze wereld omving hem; hij kreeg de wonderlijk-vreemde gewaarwording of hier, in z'n onmiddellijke nabijheid, eindelijk de vriend hem wachtte aan wien hij al z n jammer kon uitklagen, 'n Bijna onweerstaanbare drang wilde zn

handen bijeen brengen, ze vouwen tot 'n gebed.

Maar hij greep snel z'n hoed en trad weer naar buiten op 't zon-overschaterde kerkpleintje, bijna wrevelig op Zich zelf. Hoe kon hij zoo makkelijk geraakt zijp onder de suggestie van het verleden, vroeg hij zich af in n plotse vlaag van hoogmoed. Wat hij ook betreurde, niet dat hij met z'n godsdienst had gebroken. Hij kon niet meer bidden, omdat z'n verstand weigerde n Uod te aanvaarden, al had z'n ziel in 'n kinderlijke; opwelling gehunkerd naar 'n gebed als naar gemoeds-narcose.

Sluiten