Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de bijna armelijk-eenvoudige kamer van Grabinger, maar waar toch altijd als 'n warme zonnigheid lichtte door de hartelijke, steeds blijë opgewektheid van den bewoner. Zou hij dien ouden, haast vergeten vrind op gaan zoeken? Als gold het 'n gewichtig besluit begon z'n hart bij die overweging te kloppen met doffe bonzingen, 'n Schuldbewuste schroom weerhield Siegfried. Hoe zou

hij staan tegenover dezen heilige, als Frau Martini

hem had genoemd? Hoe zou hij zich houden onderden doordringenden blik van die klare, blauwe oogen, waarin de sterkei ziel het zwakke lichaam uit straalde?

Als 'n schuldige, als één, die z'n geloof en godsdienst had prijsgegeven en voor roem en fortuin z'n kunst verlaagd om in het gevlei te komen van 'n genotzuchtig en zinnelijke prikkels zoekend pubhek; als een, die in n vlaag van passie z'n eenvoudig, onbedorven en innig liefhebbend meisje had opgeofferd voor 'n wufte, wereldsche vrouw, die nu reeds z'n leven verbitterde.

Maar toch ook, hoe troostend en verlokkend was het weer iemand te vinden met 'n edel hart, 'n waarachtig vrind die, al was 't dan alleen maar door belangrijke, kunstzinnige gesprekken, hem zou prikkelen tot ijver en z'n scheppingsdrang zou doen ontwaken. En immers... niet als tot 'n biechtvader behoefde hij tot kapelaan Grabinger te gaan, bedacht hij met 'n grimmig lachje zich verhardend, niets behoefde bij hem te vertellen, van wat hem innerlijk kwelde en nog minder van het leven, dat hij leidde. Ze zouden praten over hun beider liefde, de muziek, oude herinneringen ophalen en oude debatten voortzetten, ze zouden

De vooruitzichten waren te verlokkend om er weerstand aan te kunnen bieden; z'n hoofd vol van het aanstaande, verrassende weerzien, nuttigde hij haastig

Sluiten