Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toog hij naar Dachau, waar hij wist altijd welkom te zijn en over z'n werk praten kon met 'n belangstellenden, fïjn-zinnigen confrater.

Er was eigenlijk maar één ding dat hem hinderde. Het was, dat hij niet eerlijk nog zich uitgesproken had tegenover z'n ouden vriend. Nog altijd had hij onder allerlei voorwendsels en uitvluchten, nagelaten hem de partituur van z n operette te geven en met de zelfde angstvalligheid verzweeg hij z'n breuk met den godsdienst. Maar hoe weinig z'n afval het gevolg was van veranderde overtuiging doch louter 'n uitvloeisel van gemakzucht en 'n soort overmoedige begeerte naar ongebonden vrijheid, het moest hem wel duidelijk worden uit den indruk, dien kapelaan Grabingers vroomheid en innig Godsvertrouwen op z'n gemoedsleven maakte. Hij deed z'n best op de oude, beproefde manier dezen indruk weer te niet te doen door met 'n meewarig meerderheidsbesef de priesterlijke vroomheidsuiting tot iets kinderlijk-naiefs te verkleinen en 'n gevolg van onbekendheid met het leven in de wereld te noemen. Doch terwijl hij zich met allerlei drogredenen verweerde tegen de groeiende gewetensonrust, drong de onwaarheid, het vooze van z'n frasen al ontstellender tot z'n bewustwording. Echter, nog altijd was z'n koppige trots niet voldoende gebroken om tot 'n rouwmoedige zelfinkeer te komen, die gelijk stond met de erkenning van 'n nederlaag.

Integendeel voelde hij soms aanvechting om den eerst zoo blij vernieuwden vrindschapsband met kapelaan Grabinger maar weer te verbreken. Hij besefte, dat dit 'n laffe vlucht zou zijn, 'n vlucht voor de Genade' waaraan hij niet meer gelooven wou. En hij maakte inderdaad het voornemen om die laffe ingeving te volgen, wanneer kapelaan Grabinger op een of andere

Sluiten