Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welkomsgroet van kapelaan Grabinger beantwoordend viel hij uit:

„Hoe kom je aan die partituur? Heb je je nieuwsgierigheid niet kunnen bedwingen? Nu is natuurlijkalles uit tusschen ons".

Hij was bij de deur blijven staan, veinsde het rustige gebaar, waarmee de geestelijke hem tot zitten noodde, niet te zien; heel z'n houding duidde er op, dat hij maar liefst zoo gauw mogelijk 'n einde wilde maken aan het onderhoud.

Doch daar legde kapelaan Grabinger z'n doorschijnende handen op z'n schouders en z'n zielvolle blik drong vol goedheid in Siegfrieds ontstelde, wijd gesperde oogen.

„Waarom zeg je dat, Siegfried?" vroeg hij met z'n zachte, welluidende stem.

Het sloeg onmiddeUijk Siegfrieds wilden trots neer. Schaamrood begon te hitten op z'n wangen, prikkelde onder z'n schedelhuid, z'n lippen begonnen te beven.

„Als je de partituur heb doorgezien, heb je natuurlijk geen goed woord meer voor me over", zei hij smartelijk en verdeemoedigd.

„Je voelt dus zelf, Siegfried, dat je met het componeeren van deze operette... laat mij 't maar gerust mogen zeggen, 'nfout begaan heb?"

„In de oogen van menschen, die buiten het leven staan en zich opgesloten hebben in het enge kringetje van hun duffe klein-burgerlijkheid, o zeker".

„Zijn dat eigenlijk maar niet wat frasen? Voor 'n geloovig katholiek bestaat er maar één moraal en dat die je operette veroordeelen moet, dat zal je toch wel met me eens zijn".

De toon van den geestelijke vas vol zachtheid als

Sluiten