Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII

En nu werd het bestaan voor Siegfried 'n hel. Met wanhopige koppigheid wilde hij zich vast blijven klampen aan z'n nu eenmaal aangenomen levenshouding, 'n Terugkeer tot den godsdienst van z'n jeugd, hoezeer z'n hart er hem toe drong, leek hem de erkenning van z'n hchtvaarcbgen, ongemotiveerden, misdadigen geloofsafval. En hij wilde noch zich zelf noch kapelaan Grabinger toegeven, dat bij zonder veel critiek allerlei theorieën en opvattingen had aanvaard, louter en alleen, omdat ze hem bevrijding beloofden van lastige godsdienstplichten en strenge' moraal.

Als 'n jaar geleden doorworstelde hij weer velerlei geschriften en brochures op theologisch en sociaal gebied om te trachten kapelaan Grabinger te overtuigen van de degelijkheid der gronden, waarop het vooralsnog voor hem onmogelijk was tot de Kerk terug te keeren. Maar de heldere, rustige betoogen van z'n geestelijken vrind ontzenuwden ze één voor één en ontwapend moest hij iederen keer en telkens nerveuser gaan zoeken in het arsenaal der tegenstanders en zelfs hartstochtelijke haters der Kerk. Echter, hoe vaak ook verslagen en hoe helder hem de eenige weg gewezen werd om z'n innerlijken vrede te herkrijgen, iets in hem, dat hij zelf niet goed begreep, 'n soort verdwazing verzette zich tegen den beslissenden stap. Doch ook waren er moeilijkheden, die hij niet te overwinnen wist.

Sluiten