Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Van m'n jeugd hoef ik je weinig te vertellen, daar weet je de hoofdzaken wel van. Verwend, eenig zoontje van rijke ouders, die weinig tegenspoed hebben gekend, erg wereldsch en au fond ongodsdienstig. Toen, met 'n ondegeüjke opvoeding, na de dood van m'n vader, nog jong op eigen beenen. 'n Ruime beurs en uit de aard der zaak 'n massa twijfelachtige vrienden. Al heel gauw verzot op gevaarlijke avonturen, die je in 'n minimum van tijd naar ziel en lichaam naar de drommel plegen te helpen. Lichamelijk ben ik er, dank zij m'n sterk gestel en 'n zekere matigheid, die ik toch altijd heb weten te betrachten, wonder-goed afgekomen. Want 'n zwakkeling, een die zich maar laat gaan, ben ik gelukkig niet geweest. Ik zondigde meer uit bravoure, uit overmoed weet je. Omdat ik vond, dat je in je jeugd moest uitrazen. Ni Dieu, ni maitre vond ik 'n prachtleus. Alles wou ik genieten. En ik kon dat met m'n geld en m'n sterk gestel. Toen ontdekte ik m'n schrijverstalent en kwam de eerzucht. M'n novellen ademden natuurlijk de sfeer, waarin ik leefde. Ik vond onmiddellijk 'n uitgever en lezers. De critiek prees den luchtigen Franschen geest van m'n werk. Als compliment, dat mij toen gelukkig maakte, vergeleek men mij met de Maupassant.

Ik meende in die dagen alle recht te hebben me zelf 'n gelukskind te noemen en al bleef de innerlijke tevredenheid en duurzame bevrediging uit, ik nam ten minste de allures aan zoo'n gelukskind te zijn. Niets was er toen heilig voor m'n overmoed en m'n spot. Ik verbeeldde me het leven aan te kunnen en alles en 'n ieder te kunnen dwingen naar m'n luimen. Ook van deze periode weet je voldoende om niet in bizonderheden te hoeven te treden. Maar nu komt er iets, dat je niet weet en nog maar twee menschen, behalve ik zelf weten".

Sluiten