Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Weer wachtte van Rode, als wilde hij het moeilijkste gedeelte van z'n bekentenis zoo hing mogelijk uitstellen. Siegfried, bleek van spanning, zat hem aan te staren met verstrakt gezicht, roerloos en zwak ademend.

„Het is 'n vrouwengeschiedenis," vervolgde van Rode eindelijk ,,'n geschiedenis, waarin ik aanvankelijk de beau róle heb willen spelen. O, 't was niet eens erg romantisch. Het was op de keper beschouwd de meest prozaïsche en de meest alledaagsche geschiedenis op dat gebied, die ik beleefd heb. Maar 't was ook de beste. Namen kan ik niet noemen. Ook niet vertellen waar en hoe ik ze heb leeren kennen. Ze is mooi, jong en ongelukkig. Haar man is 'n ploert— o, wat 'n geraffineerde schurk is die kerel. En drie allerliefste kinderen heeft ze.

In den beginne dreef me medelijden; toen ik ze beter leerde kennen, achting, die al heel gauw liefde werd. Ik had me steeds verbeeld, dat ik te cynisch, te veel Lebemann was geworden voor diepere, nobele aandoeningen als oprechte liefde van man tot vrouw. Nu weet ik, dat ik daartoe en tot nog meer in staat ben, God dank en dat zij de eerste en eenige geweest is, van wie ik oprecht en innig heb gehouden. Maar ze is katholiek, diep overtuigd, godvruchtig Roomsch. Voor haar bestond alleen trouw aan het eens gegeven woord en haar plicht. En ondanks al m'n smeekingen, al m'n voorspiegelingen van 'n gelukkige, zorgelooze toekomst, m'n welgemeende belofte 'n vader te zullen zijn voor de kinderen van haar en die ploert.... ze was niet te bewegen tot de stap. Ofschoon ze ook mij liefhad en haar man voor geld en goeie woorden zeker zou hebben toegestemd in 'n scheiding. O, hoe ik toen wanhopig gevloekt heb op de godsdienst, die zulke eischen stelde

Sluiten