Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verslapt was, nieuwe kracht en toonde hem alles in nieuwen luister.

. Natuurlijk was kapelaan Grabinger de derde In hun vilendschapsbond geworden en met hun drieën sleten ze gelukkige uren in de eenvoudige kamer van den geestelijke, waar kinderlijk-blije vroolijkheid afwisselde met diepzinnige, ernstige gesprekken over reügie en kunst.

Siegfried leefde op, al moest hij zich de minst gelukkige van de drie bekennnen. Voor hem waren er altijd nog de moeilijkheden met Lüty! Z'n terugkeer tot den godsdienst had hij haar in 'n ernstig onderhoud medegedeeld. Het had haar volkomen onverschillig gelaten.

Was het niet haar grondbeginsel, ieders persoonlijke opvatting te eerbiedigen? Siegfried mocht voor haar part net zoo vaak naar de kerk gaan als hij verkoos, als zij maar niet mee hoefde en maar niet met al dat fraais en bijgeloof lastig gevallen werd. Nochtans was ze bereid om kerkelijk met hem over te trouwen, wanneer hij er op stond. Dien zelfden avond was zij voor 'ndag of veertien naar Neurenberg vertrokken, waar zij logeeren ging bij 'n bevrinde schildersfamilie.

Eigenlijk betreurde Siegfried dit alles behalve. Hij had door haar afwezigheid 'n grootere vrijheid in doen en laten gekregen en het verschuiven van het conflict gaf hem althans 'n korten tijd van gemoedsrust, noodig om er zich deugdelijk op voor te bereiden.Wèl^schreef hij Lilly reeds dringende brieven, waarin hij z'n toekomstplannen uiteenzette en z'n verlangen «aar 'n vredig huiselijk leven bekende. Hij sprak haar van z'n symphonie, waaraan hij thans raet lust arbeidde, z'n afkeer van mondaine, ziellooze amusementskunst. Alle teleurstellingen, die hij van den kant van z'n vrouw ondervonden had.

Sluiten