Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XI

De jaren gingen. Voor Siegfried Rumpke, die z'n dagen in rusteloozen arbeid doorbracht, met adembenemende snelheid.

Vijf jaren waren er sinds Thilde's dood verloopen, doch het leek hem slechts 'n korte spanne tijds, waarin de indrukken uit die droeve dagen nog niets van hun scherpte hadden kunnen inboeten. Inderdaad leefde hij nog steeds in den ban der gebeurtenissen, die 'n beslissenden keer aan z'n bestaan hadden gegeven. Hij was 'n ernstig, zwijgzaam, eenzelvig man geworden, te oud voor z'n leeftijd en te streng van opvatting, oordeelden z'n vrinden, eenige weinige kunstenaars, die omgang met hem hadden en hem geregeld bezochten in het kleine landhuis, dat hij even buiten Dachau bewoonde. Ze kenden z'n levensdrama, niet omdat zij in die periode reeds z'n vrinden waren, maar omdat hij het hun had verteld, kort en sober, uit den innerlijken drang om tegenover z'n vertrouwd geworden vrinden geen geheimen te hebben en opdat zij zich terug zouden kunnen trekken, wanneer z'n handelwijze hem te schuldig deed zijn in hun oogen. Maar geen had zich teruggetrokken. Integendeel waren ze geroerd geweest door de oprechtheid van z'n berouw en de eerlijkheid van z'n karakter. En ieder voor zich achtte het 'n plicht om hem van z'n melancholie te genezen en hem het verleden te doen vergeten. En vooral hem te overtuigen,

Sluiten