Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met den uhlanen-officier, groot grondbezitter ergens in Sileziƫ, die voor haar den dienst zou verlaten. Maar bij nauwkeuriger inlichtingen bleek dit gerucht minstens voorbarig. De graaf, die 'n leven van plezier leidde, bleek Zich niet te haasten om Lilly als z'n wettige gemalin op z'n goed te introduceeren. En niet lang daarna vernam Siegfried, dat Lilly weer geƫngageerd was bij 'n operette ensemble, dat in Boedapest voorstellingen ging geven. En al moeilijker werd het toen om haar spoor te volgen. Van haar zelf rechtstreeks vernam hij nooit meer iets, ofschoon hij z'n adres aan haar had opgegeven, voor het geval zij hem ooit, waarvoor dan ook noodig mocht hebben. Blijkbaar was hun samenleving voor haar 'n episode geweest, die even luchthartig was vergeten als begonnen en waren de consequenties, die Siegfried er uit trok, voor haar bespottelijk overdreven. En nu was ze ondergedoken in de menschenzee, in den barnenden maalstroom van de wereldsteden. Was zij er reeds in ondergegaan als zoovelen, wier talenten en schoonheid in plaats van gelukbrengende gaven, 'n noodlottige ballast zijn, die hen doen verzinken en ten slotte brengen in 'n poel van ellende? Voor Siegfried was deze beangstigende vraag in z'n sterk-opgeleefde religieuze gezindheid de meest smartelijke kwelling. Want hij kende het leven en de gevaren en hij kende Lilly.

Hoevele vrouwen had hij ontmoet, die, na in den overmoed van haar jeugd zich aan 't leven bedwelmd te hebben, snel verouderd, tot beklagenswaardige weerzinwekkende paria's waren vervallen. En dat dit ten slotte ook Lilly's voorland zou kunnen worden, hij kon God slechts bidden het te verhoeden. Bidden voor Lilly was het eenige, wat hij nog voor haar doen kon. En vertrouwen in Gods barmhartigheid.

Sluiten