Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen echter in deze weinige seconden, die hem van het droeve weerzien scheidden, ontzonk plotseling Siegfried alle zelfbeheersching.

Hij voelde Zich klein en angstig van onmacht worden. Adembeklemmend joeg het bloed met wilde kloppingen door z'n aderen, 'n vreemde leegte vloeide in z'n hersens en van al wat hij zich voorgenomen had te zeggen, kon hij geen woord meer vinden. Met knikkende knieën en aarzehge voeten trad hij door de deur, die de vrouw voor hem opende. Doch de kamer waarin zij hem liet, was leeg. Nochtans zag hij bij den eersten oogopslag, dat Lilly hier woonde; hij zag het aan de talrijke portretten van haar, die tegen de wanden waren .geprikt en iets eigens aan het vertrek moesten geven. Maar overigens, hoe sjofel en uitgewoond was het kamertje, overvol van wrakke meubelen en waardelooze prullen, in artistieke nonchalance door elkaar gezet.

Gezeten op 'n stoel, die hem gedienstig was aangeboden, zat Siegfried, ondanks de martelende spanning, de omgeving op te nemen en schrijnend was de herinnering aan hun vroegere, smaakvolle, weelderige apartementen, die dit armzalig kamerhokje onwillekeurig bij hem wekte. Als hij nog overtuigende bewijzen voor Lilly's maatschappelijken ondergang noodig had gehad, dan zou dit aspect hem elke laatste illusie hebben ontnomen.

Roerloos leunend in z'n stoel wachtte hij. 'n Doodsche stilte stond rondom hem, waarin hij z'n horloge in het vestzakje duidelijk de seconden hoorde aftikken, die tot 'n eeuwigheid zich leken aaneen te rijen. Maar eindelijk knarspiepte 'n deur tegenover hem open en in de alkoof-donkerte stond Lilly. Met 'n ruk was hij öp uit z'n stoel, doch of z'n voeten hem den dienst weigerden, vermocht hij geen stap te doen, moest hij zich steunen

Sluiten