Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te gaan schieten. En dat niet uit nooddruft, maar louter uit zucht om het dier te dooden.

Moed is er niet voor noodig, zooals bij de tijgerjacht, bedrevenheid wel.

Ongetwijfeld is het dwalen door de natuur, het opsporen en de spanning de groote aantrekking, maar ten slotte blijft het schieten en vooral het nooit te vermijden aanschieten, ignobel.

En toch hebben duizenden en duizenden, anders hoogstaande mannen, daarin hun genoegen gezocht!

Weer een raadsel in de menschelijke natuur, waard om overpeinsd te worden te midden dezer bosschen, die zooveel jagersgeluk en hertenleed gekend hebben.

Is het niet het betrekkelijke, dat aan alles eigen is, wat ik uit het oog verloor en dat mij er toe bracht om zulk een hertenjager een wreedaard en hem die aan een drijfjacht deelneemt een minwaardig mensch te achten?

Tot hoever gaat mijn gevoel voor dieren?

Eigenlijk alleen zoover, als ze mij door eenige eigenschappen boeien; maar een kakkerlak zal ik met plezier opjagen en verpletteren, een muskiet met nog grooter genoegen; voor een slang heb ik inderdaad weinig egards en krokodillen zijn mij uiterst onsympathiek.

Waar is de grens?

D&At, waar mijn egoïsme ze trekt?

Toch zou ik nimmer op een hert kunnen schieten, maar als het door een ander gebeurd is, ja, dan laat ik mij de kluif goed smaken.

Betrekkelijk is alle ethisch gevoel; daartoe brachten mij mijne overpeinzingen, gezeten op de stille weide bij het jachthuis aan het kabbelende beekje, tegenover de ernstige, onbewegelijk staande tjemara's.

Alle vaste grond van zedelijke overtuiging voelde ik wegzinken en met schrik schoot mij op eenmaal de naam van het huis te binnen!

Lalidjiwo; vergeet uw ziel!

Zou ik werkelijk al onder den invloed van dit zielsvergeten oord zijn geraakt?

's Avonds zaten wij, mijn metgezel en ik, bij een slecht brandende lamp, door de koude buitenlucht uit de voorgalerij verdreven, in de eetkamer of

Sluiten