Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vele ledige vierhoeken, die van langwerpige steenen, als van muren omgeven zijn. Tegenwoordig nog brandt de Javaan daarop gaarne zijn reukwerk en verricht er een stille bede. Nabij de spits, waarin de top van den berg eindigt, is ook een soort van hol, dat insgelijk uit steenen bereid en welks ingang half en half daardoor gesloten is. De Javanen houden dit hol voor een oude begraafplaats en betogen, dat men vroeger beenderen daarin gevonden heeft. Naast deze zoogenaamde grafstede staan nog drie groote potten in den grond, lk vond er water in, dat mets een ijsschors van 0.0075 M. bedekt was. Zijn geleiders verwonderden zich even zeer over het water als over het ijs. Want, fluisterden zij geheimzinnig, er is geen mensch, die hier boven op in die potten water brengt; regen valt er ook niet; hoe zoude het dus in die potten geraken, „als het niet bovenaardsche wezens hier brengen?". m

„Widodaren", dat is „woonplaats van hemelsche wezens", zoo noemen ze den berg.

Voor mij waren de wolken die hemelsche wezens!

Langs de noordelijke hellingen klommen ze op; reeds waren de bosschen, daar ver beneden in den afgrond, verdwenen in de nevelen. De grimmige rotswanden zonken nu inderdaad in peillooze diepten weg.

Maar, gelukkig, naar het Zuiden was de berg nog wolkenvrij en omvademden mijn blikken eindelooze perspectieven.

Steil zonken de berghellingen af naar de Malangsche vlakte, die zich ontrolde als een tapijt, druk geteekend met groen en geel getinte vakken en in wazige verte weder opgolfde tot hooge bergruggen, vol van glanzende wolkenballen. Hoog daarboven uit rees de kogel van den Sëmeroe, nog duizend voet hooger dan de vulkaan, -op welks kruin ik stond.

Vroeger moet de Ardjoeno het Malangsche vaak geteisterd hebben; thans is het gloeiende magma verstard en dreigt het gevaar niet meer van zulk een geweldigen vijand, maar van de onzichtbaar kleine kiemen der pest.

Zullen we in den strijd tegen die plaag overwinnen, of zou het even hopeloos zijn, als dat het ware tegen een vulkaan te willen strijden?

Als eenig antwoord op die vraag sloot zich het wolkendek en onttrok al het aardsche aan mijn blikken, enkel den kalen kraterrand overlatende.

Hoe hoog verheven boven de menschelijke hartstochten moeten zich die oude kluizenaars gevoeld hebben, als zij de aarde met zijn lage driften,

Sluiten