Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar diep onder hen zagen liggen en hoe los van die aarde zich gevoeld hebben, als enkel hun bergtop boven de wolkenzee uitstakl

Inderdaad, zij, die door vrome overpeinzingen zich van al het aardsche wilden losmaken, om meer en meer in het hemelsche op te gaan, zij hadden geen passender oord kunnen vinden, dan deze naakte bergkruin.

WELIRANG.

De middag zag mij weer terug in het jachthuis; wolken verborgen de wanden en toppen van den Widodaren en nevels dreven om de woning, versomberend den dag.

Eenzaam dwaalde ik tusschen de gele, wilde Iobak onder de tjemara's die daar staan met zwartgebrande, schors, als waren zij de vergeten zielen, beneden geschoeid door de aardsche hartstochten, maar toch hoog hemelwaarts rijzend.

In zachte, metaalachtige ruisching hoorde ik ze tot elkaar klagen over hun eeuwig lot.

Zwijgend zweefden nevelwaden tusschen de zwarte stammen, opwaarts langs de hellingen naar den top en hooger het luchtruim in. Zouden het ook veigeten zielen zijn?

Begon ik weer onder den invloed van dien zinrijken naaim van dit oord te komen, als zoo menigeen, die hier vertoefd had?

De dag spoedde ten einde; de wolkenmassa's, die den berg omhulden losten allengs op; hellingen en toppen maakten zich uit de nevels los, tot eindelijk het gansche berggevaarte voor mij stond, dreigend den weg naar het Westen; afsluitend.

Boven den kam uit, schoten in purperen gloed de laatste zonnestralen, maar onbereikbaar waren zij voor de vergeten zielen hier om mij heen.

Tjemara's, die langs de steile bergwanden zich in rijen tegen de lucht afteekenden, zij waren als zielen, die moeitevol hemelwaarts voortschreden. Maar den top had geen hunner bereikt; die was leeg en verlaten.

Snel werd het duister, terwijl ik op de bergweide, te midden van het stille bosch wandelde, en toen ik mij op een boomstronk neerzette, was de boschrand al ineengevloeid met \ den hoogen graskant. Doodsche stilte

Sluiten