Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heerschte alom; strak staken de toppen der tjemara's tegen den verbleekten hemel; vergeten zielen!

Al meer vervaagde zich de beelden om mij heen, maar aan het verdonkerde hemelgewelf flonkerden de sterren; het aardsche was verdwenen, het hemelsche gekomen; het tijdelijke in duisternis verzonken, het eeuwige in schittering verschenen.

Lalidjiwo, lalidjiwo, hoe had uw naam mijn verbeelding bevangen!

Nog was het diepe nacht vol sterrengewemel, toen ik mij, klaar maakte voor den tocht naar den Welirang.

Bij het zwakke lamplicht, dat uit het roefje scheen, werden op het voorgalerijtje door de klappertandende koelies de vrachten verdeeld en van draagtouwen voorzien, en nu behoefde ik niet op het daglicht te wachten, want het gebaande boschpad kon bij fakkellicht gevolgd worden.

Dat loopen achter den fakkeldrager, in een rij achter elkaar, door het koude, natte en intens donkere woud, soms struikelend over een wortel of een steen, en steeds klimmend, het is iets, dat men nimmer vergeten zal.

Men zwoegt maar door en weet niet wat er komen zal; alleen weet men, dat het moeitevol zal zijn; zoo heelemaal als in het menschelijk leven.

Spookachtig worden de boomstammen langs het pad verlicht; ze doemen plotseling op uit den doodstillen boschnacht, om een oogenblik later weer in het zwarte niet te verdwijnen.

Ook eenmaal flikkert echter een lichtje tusschen de zwarte stammen; naderbijgekomen zie ik een driehoekige massa door den walmenden fakkel onzeker verlicht. Het is mij eerst onduidelijk wat het is, tot ik begrijp, dat we voor een hut van takken staan. Daarbinnen zie ik een paar menschelijke figuren zwart afsteken tegen den rossen gloed, door het lampje op de rook, die de hut vult, geworpen.

Het zijn de zwavelhalers, die hier hun hut hebben en overnachten op hun weg, die niet als de onze langs Lalidjiwo leidt, wat voor hen een omweg zou beteekenen.

De hut ligt belangrijk lager dan Lalidjiwo en de bestijging van den Welirang begint voor hen, die van daar komen met een langdurige daling, wat een even groote stijging aan het einde van den tocht met zich meebrengt.

Sluiten