Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kale steenheuvels verhieven zich op den kraterrand en langs hun puinrijke hellingen spoedde ik mij naar den tweeden begeerig om van den allerhcogsten top het weidsche panorama te kunnen genieten.

Daar heeft men van steenen een soort troon gebouwd, waarop iemand als een ware bergkoning zetelt, tellend om zich henen de koppen der bergen die als verre vazallen rondom staan.

Tot in wazige wijdte strekt zich de kustvlakte uit met zijn veldenmozaiek, dat doorsneden is van de glinsterende kronkellijnen der rivieren.

. Tot aan een oneindig verre horizont blinkt de zee, die daar waar dicht boven haar de zon staat van vurig goud schijnt te zijn. Als een teer silhouet teekent zich de berg van Panaroekan tegen den lichtenden morgenhemel af, daarnaast de Jang en in uiterste teerheid fle kegelschim van den hoogen Raun.

Boven de lange boog van den Tengger komt de dikke rookwolk van den nimmer rustenden Bromo te voorschijn en in opvolgende bochten strekt het Tengger-profiel voort tot den statigen kegel van den Sëmeroe.

Helaas stijgen geen geweldige rookpluimen meer naar boven; de Sëmeroe is na de uitbarsting van 1911 tot rust gekomen, evenals hij ook negen maanden lang te voren zich stil had gehouden.

In het zuiden staan verder de tweelingbergen der Kawi en de Kloet met zijn rotspunt en in het westen de Andjosmoro met zijn grillige spitsen.

De hemel was mij genadig geweest, had mij gespaard voor het lot van zoo velen, dié in Lalidjiwo's gastenboek hadden gejammerd over jagende, kille nevels, die hun, arme verkleumden, alle uitzicht spottend hadden ontnomen.

Nu was het zaak om in den krater af te dalen, maar waar, was mij eerst niet klaar, want de bovenwanden leken mij overal verticaal. Op één punt is er echter gelegenheid; daar behoeft men zich maar even met de handen vast te houden en te laten afzakken, om al dadelijk vasten voet te krijgen op een soort van rotstrap, waar langs men, van steen tot steen springende, gemakkelijk kan afdalen.

Niet altijd was dat mogelijk; zoo schrijft Zollinger in 1845, dat de Javaansche zwavelhalers zich met rottan 30 voet af laten zakken. De kraterbodem was volgens hem nog 20 voet dieper.

Zollinger onderschat hier sterk; de diepte is veel meer dan 100 voet.

Sluiten