Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij beklom den Welirang uit Trawas dat aan den Noordkant ligt en dat hij den 27sten; Augustus verliet. Op 8500 voet sloeg hij 's avonds zijn tent op, maar door de intense nachtkoude kon hij het daarin niet uithouden en kroop hij bij de vuren zijner dragers.

's Morgens had hij een prachtig rondzicht; zelfs den Moeria kon hij zien. Hij klimt dan verder naar den Welirang.

„Vroeg", zoo schrijft hij, „drong ik door de plantenlooze steenpuinen tot op den top van den berg, die naar binnen kegelvormig verdiept is. De groote ketel heeft in den wand naar het N. W. toe een diepe kloof en in het midden een tweede kleineren ketel, wiens wanden rondom loodregt afvallen, terwijl de binnenwanden van den groote bovenketel meer scheve hellingen vormen. Recht in het middelpunt eindelijk en op den grond is een ronde poei van geelachtig groen, kokend water, rondom hetwelk door 3 of 4 openingen gazen, (Zollinger was een Duitscher) doordringen, die gedurig de wanden met zwavêlkristallen bedekken."

Deze beschrijving stemt niet meer overeen met den tegenwoordigen toestand, want van die ronde poel met kokend water is niets meer te zien.

Ook de beschrijving van den ingenieur H. C. Pennink, die in 1882 den krater bezocht, (door P. van Dijk in het jaarboek van het Mijnwezen van 1883 medegedeeld) is afwijkende van wat men thans ontmoet.

H. Pennink schrijft toch: „bij o" (dat is op den kraterbodem) „is de ketel der spleten, waarover de natuur een koepelvormig dak met een schoorsteen van 2 meter hoogte gevormd heeft; in dien ketel hoort men de zwavel massa met een dof geluid koken en borrelen."

Het daarbij gevoegde kaartje met hoogtelijnen is mij onduidelijk; het geeft ook een veel kleineren kraterbodem aan, dan zich thans uitstrekt.

De solfataren bevinden zich tegenwoordig aan de West- en Zuidelijke zijde van den ketel en heel te midden van de rotsblokken, die van de vertikale wanden zijn afgevallen en de glooiing vormen, die de verticale bovenwanden met den vlakken bodem verbinden.

Kokers van gesteente, vele meters lang, dalen van die glooiing af en braken uit hun rechthoekige monden al sissend witte rookwolken uit.

Halfgesloten zijn zij, en achter den drempel van donkergeel gestolden, ziet men heeten, vloeibaren zwavel.

Sluiten