Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Merapi voorheen en thans.

IE in den zwoelen Indischen nacht rijdt door de vlakte tusschen Solo en Djokja, waar de oude Hindoe-tempels spreken van bloei en ondergang, ziet in 't Noorden, op een punt boven den horizon telkens een geheimzinnige opgloeiing.

Zij is vaag van vorrn,, maar vurige strepen dalen uit de gloeiende plek neer, verdeelen en spreiden zich en lichten nog eenigen tijd na.

Onbegrijpelijk voor den vreemdeling, zijn deze vuurverschijnselen maar al te bekend aan den inwoner dier streken, die weet dat de Merapi in rustige, maar onophoudelijke wijze, steenmassa's van zijn top afwerpt, die zich in de ravijnen ophoopen, om misschien te kwader ure in onhe lbrengende bandjirs naar zijn vruchtbare vlakte te komen aanrazen.

Dat moest, zoo dunkt mij, een schitterend schouwspel zijn om van nabij dat neerrollen der gloeiende rotsblokken langs de steile hellingen te •kunnen gadeslaan en begrijpelijk is het, dat ik een mij aangeboden gelegenheid daartoe gretig aangreep.

Zoo word ik dan in den nacht van 8 op 9 Mei, nauw in geslapen, al weer gewekt en weldra rijd ik met den heer T. van de suikerfabriek Gondangwinangoen in diens auto langs nachtstille wegen en door slapende dessa's die fel en zonderling door de schijnwerpers van onzen wagen worden verlicht; zóó grillig wisselend en onwezenlijk, dat mij de weg een voortdurend raadsel blijft en enkel het razen van den motor op zijn verschillende versnellingen mij het afwisselende stijgen doet begrijpen.

Na een uur komt een laatste zware helling; de auto faalt, maar zwij-v gende gestalten, uit het nachtduister opdoemend, komen ons te hulp en met vereenigde menschelijke en motorische krachten komt de wagen boven en staan wij voor den pasangrahan van Karang Bono.

Sluiten