Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar dan botst er een tegen een liggenden steen die het blok doet breken en na een enormen sprong gaat het grootste brok rollen. Het komt al lager, dus dichterbij en bij de volgende botsing zien wij duidelijk het blok in stukken springen en een der grootste brokken maakt een kolossalen luchtsprong. We volgen het in spanning en schokken, onwillekeurig op, als het met een zware plof neerkomt. Een hel witte stofwolk schiet op en na enkele seconden hooren we den doffen knal. Ondertusschen zien we het blok in ijlenden vaart verder naar beneden rollen tot het de begroeiïngsgrens bereikt, en, een ongelukkig boompje ontwortelend, in de struiken tot smeulende rust komt. ^

Bij den aanblik van die helling des doods en van die geweldige kloven met licht begroeide wanden, die zich aan den oostelijken kant verheffen, daar waar de ravijnen van Koening, Wara en Opak zich ingevreten hebben, schijnt het een raadsel hoe Junghuhn in 1836 den berg van deze zuidzijde kon beklimmen.

Edoch veel is er sindsdien veranderd.

Junghuhn geeft een levendige beschrijving van die bestijging, welke men vindt in zijn minder bekend werk: Topographische und Naturwissenschaftliche Reisen duren Java, dat in 1845 te Magdeburg door den president van de Kön. Leopoldin.-Carol. Akademje aldaar werd uitgegeven.

Hij neemt zijn uitgangspunt te Sawoengan aan de Kali Koening en gaat over Andong naar Rangka, waar men hem bij een eerwaardigen, witgebaarden Javaan brengt, die bereid is om als gids mee te gaan en die hem langs kleine paadjes tot den puinkegel leidde, langs welks helling hij dengrillig gekartelden en scherpen kraterrand bereikt.

Ook toenmaals had zich in den krater die merkwaardige slakkenkegel, die berg van blokken, opgewerkt, maar nog waren enkele randstukken van. den kraterbodem overgebleven en daar kampeert hij met zijn Javanen.

Brandhout is er niet en ze nemen hun toevlucht tot het opbranden van hun bergstokken, die echter enkel voor de opiumpijpen strekken.

't Is bitter koud; Junghuhn deelt flesschen brandewijn uit (sic.) Rotsspleten zoeken ze als slaapplaats op en Junghuhn legert zich in de warme nabijheid van een fumarole. Een vulkanische beddestoof!

Welk een nachtverblijf!

Sluiten