Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Thans dringt hij verder westwaarts door, vindt nog twee dergelijke zandvlakten, die kleiner zijn dan de bivouak-plaats, maar wat hooger liggen. Verdacht hol klinken de voetstappen bij het overschrijden en dan, moeizaam verder klauterende, komt hij eindelijk aan den rand van den kraterwal, waar die met een geweldigen afgrond op het Blonkeng ravijn neerkijkt.

Daar donderen de steenen naar beneden en wanneer hij een rotsblok heeft losgewerkt en doen-vallen om de diepte te peilen, schrikt hij op door een geweldig gekraak; de geheele blokkenkegel schijnt.zich in beweging te zetten, de bodem onder hem komt in schudding en verschrikt neemt hij de vlucht.

Reeds twee jaar later bestijgt hij den berg ten derden male, nieuwsgierig naar de veranderingen, die hij vermoedde, dat de uitbarsting van 1837 zou teweeg gebracht hebben. Op den lOden Augustus van dat jaar was toch om 9 uur in den morgen een geweldige rook- en aschzuil uit den top gestegen, die een zwaren aschregen in Kedoe had veroorzaakt, zoodat Magelang van één tot drie uur 's middags in duisternis was gehuld. Het Blongkeng-ravijn werd over een afstand van 3 kilometer met een 25 meter dikke puinlaag gevuld, die gelukkig zonder noodlottige gevolgen door het regenwater werd weggespoeld.

Tegen zijn verwachting in, werd Junghuhn getroffen door de zeer geringe veranderingen, die de top door de uitbarsting had ondergaan; enkel eenige sporen aan de wanden van de Gandoel-kloof. Een eenzaam accasiaboompje, dat het gewaagd had aan den rand van den Passar Boebar op te groeien, had dat waagstuk met den dood bekocht. Verdord stond het er nog. Kleine tragedie!

Junghuhn's kampplaats, déar aan den binnenvoet van den kraterwal, was thans de plaats, waar wij telkens en telkens het gloeiende ingewand van den zich opduwenden kegel bloot zagen komen. Stonden daar soms de knechten van Vulkanus zich te vermaken met een infernaal kegelspel, weddende, wiens rotsblok wel het verst langs de helling zou afrollen en rauw opjuichende als er een in zijn toomeloozen vaart een allergeweldigsten luchtsprong maakte?

Het scheen ongeloofelijk, dat daar in die vurige plaatsen eenmaal menschen hadden geslapen; maar nog veel krasser zijn de veranderingen,

Sluiten