Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In 1904 is er alweer een ramp te boekstaven, bij een heftige puinstorting door het Wararavijn vallen tal van slachtoffers en gewonden. Het zijn zij, die uit hun huizen zijn gevlucht en door de heete luchtstroomen zijn verbrand.

Na veel ellende op de velden komt in 1905 de Topographischen Dienst den top nauwkeurig opmeten, 't Moge dan niet helpen tegen de uitbarstingen, het kan wellicht een waarschuwing worden tegen dreigend gevaar in de richting van één of meerdere der verschillende ravijnen.

Dr. Wurth, thans te Malang, als Zwitser met bergen vertrouwd, daalt in het westelijk deel van den krater, dat nog niet door de blokken van den Goenoehg Anjer is overdekt, af en maakt daar eenige merkwaardige foto's.

In den Pasar Boebar vindt een andermaal een treurig ongeluk plaats; een gezelschap toeristen nadert onvoorzichtig den voet van den steilen rotsstapel; een lawine komt plotseling naar beneden; ze vluchten, maar een steen schiet met ontzettende vaart op hen af en één hunner, een jong meisje uit Semarang, wordt op slag gedood.

In 1909 herhaalt de opnemer van Hout het werk van Jopp van vier jaar te voren en teekent een nieuwe, even nauwkeurige kaart.

Herhaaldelijk bezoekt ook dr. Roepke van Salatiga den top en hij maakt wondermooie foto's, waarvan sommige in de jaarverslagen van den Topographischen Dienst (1909 en 1913) zijn gereproduceerd.

Merkwaardig is in de laatste jaren het opwerken Van het westelijk gedeelte van den prop en dr. Wurth kan in 1913 zijn oogen niet gelooVen, als hij den krater, waarin hij eenige jaren geleden was afgedaald, geheel gevuld ziet door een nieuwe blokkenmassa, die zich als halfkegel tegen de westzijde van den ouden kegel heeft opgewerkt en hem in hoogte al overtreft.

Heb ik te veel gezegd, toen ik de geschiedenis van den Merapi een verhaal vol van geweld en verderf noemde?

Wel gunstig was ons — dr. Roepke en mij^ — de hemel, toen wij op den middag van den 7den Juni van het jaar 1915 voor het nevengebouw van het even vorstelijk als sober lustverblijf te Scló zaten en de middagwolken al vroeg zich oplosten.

Daar stond hij voor ons, de kolos, met licht groene flanken, scherp

Sluiten