Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fameuze helling op. Dat er thans een steenen trap is, in godsnaam, maar dat er dan nog onder aan zijn voet een gedenksteen is opgericht met een inschrift allerminst Hollandsen van 'aard, doet mij hopen, dat vader Bromo weldra trap en steen van zich af zal schudden.

Toen ik laatst mijn ontbijt aan zijn voet zat te verorberen en met ontzag luisterde naar zijn machtig geloei en met schrik keek naar de dikke zwarte wolken, die uit zijn reuzenmuil al wentelend opwielden, terwijl grillig gevormde sintelklompen als roofvogels door hen heen vlogen, toen bekroop mij-het verlangen, dat de geweldenaar één dier gloeiende projectielen welgemikt op dien gedenksteen zou doen neerkomen.

Maar hij deed het niet; wel wierp hij een klomp op zijn kraterrand, vlak bij het boveneinde van de trap. Hij miste echter deerlijk; zelfs de leelijke leuning, gemaakt voor stumperds, die in de bergen niet eens een trap zonder leuning kunnen af loopen, raakte hij niet

Nu, dan zal hij mij ook wel missen, wanneer ik naar boven loop, zoo dacht ik, want ik was vol verlangen om van dien rand in den gapenden kratertrechter te kijken.

Het bedenkelijk bombardement deed mij echter, al peuzelende aan mijn Tosarische boterhammen, toch even overwegen of ik wel verstandig deed mij aan de kans van een steeniging bloot te stellen. Reeds van een medemensch weet men eigenlijk nooit zeker, wat hij het volgend oogenblik zal doen, maar van een vulkaan eerst recht heelemaal niet en vooral niet als men juist dergelijke onwelwillende uitingen heeft bijgewoond.

Maar de nieuwsgierigheid won het van de bedachtzaamheid.

Ik snelde dus de trap op en. . .

Edoch, laat ik niet verder afdwalen en. er maar niet over mopperen, dat al zoo veel van het Indische bergmooi door het toerisme beduimeld is, zoodat men op Java's hoogsten bergtop, op den kalen Semeroe-kegel, leege worstblikjes aantreft, de Tangkoeban Prahoe als een Zondagsche koffiehuistuin en de Papandajan een ware boterhammen-krater is geworden.

Goddank is het nog niet zoo ver gekomen ais in den Harz of in de Alpen, maar toch, ieder jaar gaat er weer wat verloren en, valt weer een stuk vulkaanwereld aan de algemeene verploerting der natuur ten offer.

Gelukkige Leschenault, die in 1805 de eerste was, die aan do weten-

Sluiten