Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een klapperboom, en ook dat het meer zich toen een uitweg door den dwarsdam had gebaand.

Dit moet wel zoodanig opgevat worden, dat te voren het meer een 50 voet onder den overlaat stond en na de uitbarsting de waterspiegel zeer sterk gedaald was; dus juist zoo als bij het Kloetmeer in 1901 zich heeft voorgedaan.

Noch Leschenault de la Tour noch later (in 1845) de geestdriftige Zollinger slaagden er in, tot de stille wateren in den diepen krater af te dalen, maar de eerste kon toch door een inlander met behulp van een lange bamboe water laten scheppen en heeft dat in Europa door den scheikundigen Vauquelin laten onderzoeken, waardoor voor het eerst het merkwaardig hoog gehalte aan vrij zout- en zwavelzuur aan het daglicht werd gebracht.

Stöhr, die in 1858 met Zollinger een lang bezoek aan den Idjen bracht en daarover vertelt in een zeer leesbaar werk Die Provinz Banjuwangi mit der Vulkangruppe Idjen — Rqun (1874) werd tot zijn ergernis door afgronden in zijn poging tot afdaling naar de solfatoren, gestuit.

Zoo moest er meer dan een eeuw na het eerste bezoek van Clemens de Harris en zijn tochtgenooten verloopen, voordat eindelijk de geheimzinnige groenblauwe waterspiegel zelf door Europeeschen voet bereikt werd, een bewijs opnieuw, dat toen in Indië voor de oplossing van dergelijke bergproblemen belangstelling zeldzaam was.

En toch, welk een aanlokkelijke onderneming: gegeven een bergwater van allercurieuste samenstelling, ontoegankelijk sedert lang door steile wanden, gelegen dp een vrij gemakkelijk te bestijgen kraterberg en nu te trachten, dat water de bereiken, desnoods met laddërs en touwen, en dan te onderzoeken hoe zuur en hoe warm het is.

Maar niemand ging.

Was het misschien, omdat de Hollanders geen bergklimmers zijn; door den bank geen begrip hebben van de techniek van bergklimmen?

Tegenwoordig zijn er wel, is er zelfs een Nederlandsche Alpenvereeniging, maar vroeger, zoo in de jaren 1850-'80, toen de Engelschman Zwitsersche toppen veroverde, ontbraken Hollandsche Alpinisten bijna geheel en de enkelen, die er waren, gingen niet naar Indië.

Ook de geringe zucht tot een romantische onderneming zal bij onze

Sluiten