Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

landgenooten, die meest met een groote dosis nuchterheid rondJoopen, weinig meegewerkt hebben om het plan te doen opvatten, eens met macht en kracht en een weinig gevaar ook, zulk een doel te willen bereiken.

Maar veel is sindsdien veranderd en tegenwoordig zijn de liefhebbers voor belangwekkende bergtochten niet zeldzaam meer.

In 1895 dan slaagden eindelijk vier bekende Indische menschen er in, om den meeroever te bereiken; het waren de beide Idjen-planters Ottolander en Bresser, vergezeld van den zoöloog Ouwens en den botanicus Koorders.

Ook zij waren niet de ontdekkers van het pad; de inlanders kenden het nog en een oude Javaan was hun tot gids.

Niet van den zuidoostelijken rand, waar een aanvankelijk gemakkelijke helling tot afdalen uitlokt en ook Zollinger en Stöhr gepoogd hadden af te dalen, doch ten slotte op een loodrecht afvallenden wand gestooteh waren, maar daarnaast was het pad, dat van den Oostrand in Westelijke richting naar de solfataren liep; of, juister uitgedrukt, de afdaling was daar mogelijk. Scherpe graten en hellingen, onbetrouwbaar door loslatende steenen en vallend puin, maakten echter die afdaling moeilijk en gevaarlijk; edoch de gids had te voren met brandoffer en preveling van gebed de booze geesten van het meer bezworen, zoodat de tochtgenooten na een uur van spannend gaan behouden beneden kwamen.

Zij vertoefden een paar uur bij de solfataren en konden, daar zij gelukkig een thermometer niet vergeten hadden mede te nemen, de hooge temperatuur van het water constateeren.

Dicht bij de solfataren, liep de thermometer tot 135° Fahr. op en een 15 meter Oostwaarts was de temperatuur nog 102" F.

Reeds in Mei van hetzelfde jaar bezocht een der tochtgenooten, de heer Bresser, opnieuw het meer en ditmaal in gezelschap van den administrateur van de suikerfabriek Assembagoes, Jhr. Trip, den chemicus dr. Winter en den heer van Hoorn, die gekomen waren om uitkomst te zoeken voor de door de zure vloeden van de Banjoepait bezochte suikerfabriek. Men toog. toen naar den Westelijken kant van het meer, maar kon noch den oever bereiken, noch een middel vinden ter bevrijding van de fabriek daarbeneden aan zee. Bresser gaf het echter niet op en onderzocht op nieuwe tochten de

Sluiten