Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die tegen het zure meerwater beschermd was door zwavelplaten, gehaald van de zwavelbanken aan den Oostoever, ingevolge de miserabele onvoorzichtigheid om vuurwerk te gaan afsteken, in brand gestoken.

't Is een eenig geval, dat is zeker; maar toen is er een nieuwe sluis gebouwd, thans tegen de felle aanvreting van het zuur door een asfaltkleed beschermd en voorts tegen de onverantwoordelijkheid van het verderflijkste aller genera (n. 1. dat der toeristen) door een gesloten deur en prikkeldraad.

Helaas leek mij de afsluiting niet geheel voldoende tegen de meer ondernemende exemplaren van bovengenoemd genus.

Mijn metgezel en ik hadden echter, in de maand Augustus van het jaar 1916, den Petrus van dezen krater bij ons, n. 1. een mandoer van den Irrigatie-dienst, die om de vijf dagen het meer bezoekt, ten einde den water- * stand aan een bij de sluis opgestelde peilschaal af te lezen en boven aan den kraterrand den regenmeter af te tappen. Deze meteorologische sleuteldrager had voor ons een vlot gebouwd en met dat vlot wilde ik een illusie verwezenlijken, die reeds vijf jaar geleden in mij geboren werd, toen ik de tegenwoordig al vrij bekende wandeling langs den hoogen kraterrand maakte en neerkeek in de blauwe diepte van het meer, dat onder zijn matlichtenden spiegel de geheimenissen van den kraterbodem verborg; een illusie, die versterkt werd, toen ik beneden aan den waterkant stond en mij het even geproefde, intens zuur en samentrekkend smakende water nergens openbaarde, waar de bron van zijn zuurgehalte was. En niet voor een gering gedeelte was het de gele groep der rookende zwavelbronnen, toen voor mij onbereikbaar aan de overzijde gelegen en uitlokkend tot een vaart over het meer, die bij mij die illusie deed rijpen.

Smadelijk bedroog mij de Idjen bij een volgend bezoek, (Augustus 1914), juist toen de omstandigheden niet gunstiger voor een meervaart schenen te kunnen zijn. Een zwavelwinning op groote schaal was toch in bedrijf gekomen en inlanders staken met prauwtjes het meer over om de zwavel van de zwavelbanken, aan de overzijde gelegen, weg tè «halen. Op den langen rit door het bergwoud van Litjin naar den Oengóep-oengoep hadden wij de prauwtjes al uit groote boomstammen (kajoe soeren) zien gehouwen worden.

De mijningenieur, Dr. van Gelder, was in Mei overgevaren en had

Sluiten