Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overschat moet hebben, want dat de duur van zijn beklimming, zooals die door hem wordt opgegeven, overeenkomt met den tijd, dien men thans daarvoor noodig heeft.

De strijd van die struiken tegen rotsbodem, zwaveldampen en koude is hardnekkig, een struggle for life in den eigenlijken zin des woords, waarin zij misschien eerst na eeuwen zullen overwinnen, zooals op den Ardjoeno, op welks 3333 Meter hooge kam al heel wat plantengroei is, zij het ook, dat zijn kruin nog kaal is.

Maar de Ardjoeno is ook sinds lang uitgewerkt, terwijl de Slamat nog in het jaar 1772 een uitbarsting heeft gehad en sindsdien in onrust is blijven dampen.

Het liep tegen half vier, toen, na een snellen klim van drievierde uur, de bovenkant van de vervaarlijke rotshelling begon te naderen en ik, na eenwestwaartsche afbuiging, den rand betrad, in gespannen verwachting van den eersten blik op de kratervelden, waarover ik in Junghuhn had gelezen en die zich in mijn verbeelding met een waas van geheimzinnigheid hadden omhuld, gelegen als ze daar waren, hemelhoog boven Java's vlakten, eenzaam op den verlaten bergtop, enkel bezocht door wind en wolken.

En, zoo waar, daar lag ze; -maar weinig beneden den rand, waarop ik stond; de kleine der beide zandvlakten. Een waterplas lag rimpeloos in haar midden en keek als een droefgeestig oog naar de lichtlooze lucht; hoekige, bleeke steenen lagen overal neergeworpen op haar donkeren bodem, die naar de overzijde opliep naar den lagen rand van den grooten kraterput, waaruit dikke dampwolken opstegen, die zich met de wolken om en boven den berg samenpakten, zoodat geen zonnestraal door kon dringen.

Hoe langer hoe somberder werd het.

Regenzwangere nevels verstikten alle zonnelicht en lieten niets dan schaduwloozen schijn over. Rondom rommelde de donder en in zijn stilzwijgende verstarring lag het oord daar als een tafereel van volslagen vreugdeloosheid.

Het kostte mij een zelfoverwinning dien bodem der hopelooze verlatenheid te betreden en te doorschrijden, om, langs een paar bodemverheffingen, naar de groote zandvlakte te komen.

Hoe doodsch ook die zich voordeed, zoo diep naargeestig als de

Sluiten