Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vurige wolkenbanken in het Oosten omhoog schoten, kwam ik op den hoogen rand.

Daar lag ze weer voor mij, de eenzame zandvlakte, maar de jeugd van den morgen had haar troostelooze oudheid verdreven en den weemoedigen blik van haar oog opgeklaard; de rossige rotswanden, die uit haar oprezen, staarden mij niet meer zoo grimmig aan.

Met snelle stappen doorijlde ik haar en doorschreed ook de oostelijke vlakte, om vervolgens vlug Tangs de mij nu bekende puinhelling naar den hoogsten kam te klimmen, in gretig verlangen naar het uitzicht dat mij boven wachtte.

Langs de helling van den kegel naar boven klimmende, had ik niet veel omgekeken naar de vlakte beneden, die trouwens nog zwak verlicht was; op de kratervelden was alle uitzicht door de hooge randen ondervangen, zoodat met de laatste schrede, die mij op den domineerenden kam bracht, het geheele panorama zich in één reuzenzwaai om mij heen ontrolde. De vlakten van Tegal en Pekalongan met hun duizenden gouden sawahspiegels en hun in ontelbare schakeeringen spelend mozaïek; het in nevelverten zich verliezend watervlak der Javazee; de golvende ruggen van het oostwaarts zich voortplooiend gebergte; de met glinsterende nevelstref pen doorweven bodem van den Banjoemas, en Zuidwaarts, de oneindige wateren van den Oceaan, die, verdwijnend in de wazigheid van den horizont, dóórijlen ganschelijk naar de antarctische ijsvelden.

Langs de kim stonden de oude vulkanische vrienden; zwart, als scherpe tanden tegen de helheid van den oostelijken horizont en met ijlblauwe contouren in de wegstervende nachtboog van het Westen, zoo stonden zij, de hooge kegelbergen. En, zoo waar, als kegels op de lange baan zag ik ze staan. Half toch achter den in volmaakte zuiverheid van lijn oprijzenden Soembing zag ik den Merbaboe en langs diens schouder keek nog even de Lawoe. Had ik Tengger en Idjen uit den horizont, waaronder ze door hun grooten afstand waren weggezonken, kunnen doen oprijzen, dan zouden ze juist achter dat drietal te voorschijn zijn gekomen en een bewijs hebben gegeven van de rechtlijnigheid der fameuze vulkaanreeks van Junghuhn, die zich nog naar het Westen toe voortzet naar den Gedeh, wiens bekend dubbelprofiel ik duidelijk ontwaarde, en, uitkomt in den achter den Gedeh zich verschuilenden Salak.

Sluiten