Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Natuurlijk vroeg ik dien stok ook ten gebruike, want met'een beproefden stok, die den weg kende, te zullen uittrekken, was eèn onfeilbaar middel tot succes.

En zoo stapte ik dan welgemoed over de zonnige hoogvlakte van Sembaloen en keek vol goeden hoop tegen den geweldigen kegelberg op.

Er was anders op den morgen van dien dag veel gebeurd, dat onze gemoedsrust had verstoord en onze juist verhelderde verwachtingen weer had verduisterd. Want het is een bedenkelijk gezicht om, instede van de verwachte 30 koelies er 5 te zien verschijnen; er behoort ook geduld t<v> om door aanhouden meerdere van die onmisbare wezens bijeen te brengen en moed van besluiten om dan maar vast naar het andere Sembaloendorp te gaan en daar opnieuw aan het koelie-werven te slaan; ja eindelijk gelatenheid om een deel van de barang achter te laten en daardoor den goeden afloop van één der te ondernemen tochten in gevaar te brengen.

Zoo vaak reeds is in reisbeschrijvingen dat gewanhoop met koelies op meer of minder humoristische wijze beschreven geworden, dat ik hier den welwillenden lezer verdere bizonderheden maar zal besparen en enkel wil verhalen, hoe of de tocht dien dag, ondanks dat eindelijk om tien ure zeventien dragers op weg gingen, bijna smadelijk mislukte.

Wij beiden waren n.1. wat achtergebleven, omdat ik nog naar een, zooals bleek, weggeloopen koelie was gaan uitkijken en reeds hadden wij, na langs een anderen weg het dorp te hebben verlaten, een paar uren door de brandende zon geloopen, toen het ons duidelijk werd, dat de koelies, die nergens op het hoogland te bekennen waren, toch achtergebleven moesten zijn.

Juist hadden wij daarna, in arren moede, besloten, dat één van ons, in godsnaam maar terug zou keeren, toen wij de lang gezochte bende, ergens ver weg onder een boom ontwaarden.

Ze hadden een groote afsnijding gemaakt; de oude historie!

Wij dankten den hemel, dat van dat teruggaan niets was gekomen, want de daardoor verwekte verwarring zou allerschromelijkst geweest zijn.

Met verlichte harten vervolgden wij onze wandeling over het open hoogland, dat als een uitgestrekt park was, op welks weiden de Semba-

Sluiten