Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dag, was het gemakkelijk op die ribbe te komen en verder tusschen de struiken naar boven te klimmen. Maar toen wij eindelijk bij de groote graat waren aangekomen, was de zon al boven de kim gerezen en werd het ons duidelijk dat wij de afmetingen van onzen kolos onderschat hadden en dat ons, hetgeen wij meenden in een half uur te zullen bereiken, een vol uurhad gekost.

Bovengekomen en nog een p?ar pas af van den geweldigen afgrond, die zich voor onze voeten zou openen, werden wij geheel bevangen door de spanning over het panorama, dat wij te zien zouden krijgen en vergaten daardoor het punt, waar wij op de graat waren aangekomen, van een merkteeken te voorzien, teneinde hot bij de afdaling, wanneer vermoedelijk alles in nevels zou gehuld zijn, terug te kunnen vinden.

Op dat oogenblik verstoorde echter niets den grootschen indruk, dien de blik in de geweldige afgronden op ons maakte.

Duizend meter onder ons lag de bodem van den reusachtigen ketel, ingesloten door machtige wanden, die weer tot onze hoogte oprezen, en verticaal viel de bergmuur, waarop wij stonden, naar beneden toe, waar een vreedzaam dal aan zijn voet lag, nog gehuld in de laatste schaduwen van den nacht. De naakte pyramide van den Baroedjari, met zijn rookende kraterranden, die uit verstarde lavastroomen oprees, sloot het dal af van het meer, dat met twee armen het lavaschiereiland omvatte en zich verder oostwaaits tot een breeden, donkeren waterplas uitbreidde. Donker ook rezen de meerwanden uit het water op en eerst hun bovenrand werd door de morgenzon verlicht.

Toen wij ons aan dat zeldzame bergtafereel zat hadden gekeken, begonnen wij onze wandeling langs de lange graat, die wij voor ons in geleidelijke helling en flauwe bocht naar den hoogen top zagen oploopen.

Eerst was het met recht een wandeling, want breed was de rug en gering de stijging, terwijl tal van hertensporen ons den weg wezen; maar allengs versmalde zich het pad en bleven de struiken achter; de hellingen ter linker werden steiler en de rand van den afgrond meer gekarteld. Gangen van los zand begonnen moeite te veroorzaken en uitstekende punten der graat moesten met beleid omgaan worden. Oogenblikken van uitglijden, ter rechter tijd geremd door een snel inplanten van den bergstok (die inder-

Sluiten