Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat echter dalen moeilijker is dan klimmen bemerkte al heel spoedig mijn metgezel, want nog voor wij aan de kanteelen waren, wilde hij zittend een kleine helling af, iets wat tegen de regels van het dalen is, en gleed dan ook uit, zoodat hij een oogenblik in groot gevaar verkeerde.

Ik zag dat hij op een grooten steen, die zeer dichtbij uitstak, afging en was daardoor nog niet tot schrikken toegekomen, toen ik al ontwaarde hoe hij zich tot stilstand bracht.

Met verdubbelde voorzichtigheid ging het toen verder afwaarts en al gleden wij nog wel eens uit, toch konden we ons door het bliksemsnel inplanten van den stok onmiddelijk remmen en voorkwamen dat wij het gruis, dat de hellingen afgleed en de steenen, die er afrenden, onvrijwillig zouden gaan vergezellen.

Eindelijk meenden wij aan het punt te zijn gekomen waar wij de graat moesten verlaten om langs de, in den vroegen morgen beklommen ribbe, onzen Plawangan-rug te bereiken en toen berouwden wij onze fout van vergeten te hebben een merkteeken te geven, want de Plawangan zat in den mist, onze sporen waren in het mulle zand niet van de hertensporen te onderscheiden en ondanks scherpzinnig gedelibereer kozen wij toch mis en daalden den verkeerden rug, die ons naar den afgrond zou voeren, af.

Ook Elbert verviel in dezelfde fout en kwam werkelijk bij dien afgrond uit; terwijl wij gelukkig al na enkele schreden op het verkeerde pad ons van onze dwaling bewust werden en de vorige ribbe als de juiste herkenden.

Zonder verder oponthoud kwamen wij dan ook in het kamp terug; drie uren hadden wij voor de bestijging noodig gehad en een even langen tijd had het afdalen geduurd.

Moeilijkheden heeft de berg ons weliswaar geboden, maar ik zou toch niet gaarne niet Mr. Wormser in zijn verslag omtrent van Schaik s tocht willen spreken van: „die ontzaggelijke moeilijkheden".

Alles is betrekkelijk en wat ik gemakkelijk noem, is moeilijk voor iemand, die>ooit meer dan een Hollandsche duin heeft beklommen, terwijl een Tyroolsch alpinist, die tegen loodrechte wanden opkruipt en zich in schoorsteenachtige spleten met rug en knieën opwerkt, vermoedelijk om mijn moeilijkheden hartelijk zou lachen.

Ik wil hier echter den nadruk leggen op den zedelijken moed van

Sluiten