Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

roerselen van hun gemoed, beschrijft van Eerde den driedaagschen tocht naar het meer, de afdaling naar zijn oever en de plechtige volbrenging der offerande- In de donkere bergwanden, waar reeds de dienaren der godin zich ophouden, is het veilig zich onkenbaar te maken en ieder gewoon mensch daar heet Ama Bera, en de hoofden Ama Bli. Gewone woorden uit het dagelijksch leven moeten worden vermeden om het doel der bedevaart aan de kwade boschgeesten verborgen te houden, dan wel de goede geest door het noemen van voorwerpen die hun willicht onaangenaam zijn, niet te kwetsen. Het vuur heet daar de flikkerende en de regen, de droppelaar, het hert, de langgehoornde en voor het zwijn spreekt men van des tijfharige, terwijl de hond de blaffer genoemd wordt.

Geen Balineesch woord mag den reiziger ontvallen en Sassaksch is de gewone taal.

Op ieder teeken wordt gelet, gespannen als de bedevaartganger is om de medewerking' der geesten te bespeuren. „Hij heeft in zijn denken een gevoelige plaats,, die onmiddellijk reageert, wanneer maar het minste of geringste zich voordoet, dat op bovennatuurlijke werkzaamheid wijst; hij zoekt in alles, wat hem treft dadelijk een oorzaak, een goddelijk ingrijpen. En daarbij ondervindt hij steun voor gekoesterde denkbeelden en hij krijgt daardoor nieuwe stof, nieuwe bijdragen die het geloof der vaderen schragen, en die hij straks, teruggekeerd in zijn kampong, gaarne zal mededeelen aan ieder, die het hooren wil: hij heeft het „gezien, hij heeft he bijgewoond, al dat goddelijk ingrijpen, al dat reageeren van de geestenwereld op zijn maatregelen".

Na aankomst van het gezelschap aan den meeroever wordt dan het offer gebracht. Het bestond uit een gouden krabbe van een tien gulden stuk gemaakt, met negen kleine edelsteenen, die het zand, waarop de krab voortkroop, moesten voorstellen.

Dat het toen een krabbe was, hield verband met de maand van het inlandsche jaar; in een andere maand zou het een gouden garnaal of vischje moeten zijn.

„Nadat allen zich hadden gebaad, kwam men vergunning vragen thans het offer te mogen aanbieden. Er was intusschen door de kloof van de Koko Poeti een mist binnengewaaid, die het geheele landschap en het

Sluiten