Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spellend gedruppel op mijn tent en een blik naar buiten gaf mij een mistroostig tafereel te zien van in natte nevels gehulde bergen, droevig verlicht door wat waterig maanlicht.

Onnoodig om vroegtijdig te vertrekken, ja, misschien waren de vooruitzichten hopeloos en teleurgesteld draaide ik mij om op mijn veldbed,

Maar toen later de vogels begonnen te zingen en het daglicht kwam. bleek het weder volstrekt niet hopeloos te zijn en toen werd getracht door een gehaast vertrek en hard roeien den verloren tijd in te halen.

Met kracht en regelmaat klonken de dajong-slagen; zelfs onze kok, die gisteren nog steeds niet het ware onderscheid tusschen een dajong en een soeplepel besefte, scheen tot die nuttige kennis te zijn geraakt.

Maar weldra ontging het hem weer en klonk er menig slecht woord over de wateren.

Recht, d.w.z. zoo recht, als met een ongelijk geroeid vlot zonder roer mogelijk was, ging het op den Baroedjari aan en met vreugde zag ik zijn kegel groeien en de scherpe kraterrand tegen den hemel oprijzen. Na een uur kwamen wij de baai binnen, die wij al dadelijk op den eersten dag als onze landingsplaats hadden uitgezocht en geen tien minuten later zaten wij op het smalle strandje ons sober ontbijt te verorberen, daarin een gereede aanleiding vindend om dezen inham „de ontbijtbaai" te doopen.

Het is nog niet zoo lang (nu 17 jaren) geleden, dat het daar heel wat minder gemoedelijk was, toen het godenwicht razend aan het spoken was en een vurige rookende stroom van ratelende lavablokken aan kwam wentelen, die de tjemara's aan den meeroever in brand stak en vreeselijk sissend bij het water tot stilstand kwam.

Als een geduchte muur van hoekige bruine blokken, die dreigend op ons neerkeken, strekte de stroom zich langs den oever der baai uit. Oostwaarts was hij uit den krater gevloeid, maar stootend op een ouderen stroom, noordwaarts langs den kegel omgeloopen en had, waaiervormig zich uitbreidende, den meeroever bereikt.

Wij klommen door de struiken aan zijn voet naar de gladde puinhelling van den kegel en poogden eerst recht naar boven te klimmen.

Een eind ver ging dat werkelijk naar wensch, maar spoedig begonnen zulke stroomen van losse steenen onder ons naar beneden te glijden,

Sluiten