Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik was echter veel te verlangend om in den krater te kijken, dan dat ik mij aan de oplossing van dat vraagstuk wilde overgeven; klom dus over de lavablokken, die den drempel bedekten en kwam als van zelf op den noordelijken binnenwand van den krater, die daar minder steil en eveneens met groote rotsblokken bedekt was.

Tegenover mij rees als loodrecht de zuidwand op, met geelwitte en roodbruine rotsvlakken, scheuren en rillen, waaruit overal rook opsteeg. Ook de minder steile oostwanden rookten op tallooze plaatsen. De bodem, die gedeeltelijk onder geweldige klompen was bedolven, lag dicht onder mij en was heel eng.

Van blok tot blok springend kwam ik tot onder de oostwanden, dicht bij den kraterbodem en bevond mij toen zoo recht midden in dat onmenschelijk woeste gat, dat gruwelijk gaapte als de geweldige muil van een verschrikkelijken draak, die pas vuur heeft uitgebraakt. Hoe klein zag ik mijn metgezel tusschen de scherpkantige lavaklompen en hoe nietig voelde ik mij zelf te midden van dien verstarden bajert en die dreigende zwavelwanden! Maar de draak was slapende ; niets bewoog dan de dunne rookzuiltjes; geen blok zag ik van de wanden afvallen en het vreeselijke keelgat was gesloten. Dus vatte ik moed en klom onvervaard rond.

Was ik de eerste mensch, die in dezen krater afdaalde ?

Een zonderlinge ontdekking deed mij daaraan twijfelen.

Toen wij n.I. op den drempel aangekomen waren, riep mijn metgezel uit: „kijk, daar boven op de hoogste punt staat de stok van Elbert !" Den stok zag ik inderdaad, maar het kon niet die van Elbert zijn, want die was op den noordelijken en beslist niet op den hoogsten, zuidelijken kraterrand geweest, zoodat ontwijfelbaar een ander n£ hem den berg moest beklommen hebben. Vermoedelijk was dat de zelfde man geweest, die een dergelijken stok op den Rindjani-top had geplaatst en derhalve zal wel de zeeofficier Kayser de stokplanter geweest zijn.

Maar dan moet hij ook een vaartuig hebben gehad en is hjj misschien ook in den krater geweest.

Teruggekeerd langs een helgeele, flink rookende solfatare, die dicht onder den drempel ligt, gingen wij op dien rand rusten om van het schitterende uitzicht te genieten, maar nauwelijks op een plat lavablok gezeten,

Sluiten