Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog veel kleiner ruimte geweldige krachten moeten insluiten en zich op onderlinge afstanden voortbewegen, die, in verhouding tot hun diameter, zoo groot zijn als stersafstanden.

Aethertrillingen zijn gemeten geworden van een duur zóó kort, dat hun trillingstijd zich verhoudt tot een zonnedag, als een zonnedag tot de aeonen der zonnestelsels.

Maar het experiment gaat rusteloos verder en nieuwe verschijnselen zullen ons meedogenloos voortdrijven, ditmaal den anderen kant op, langs dien weg door de oneindigheid, die loopt van het oneindig groote naar het oneindig kleine.

En de vraag rees bevende bij mij op: zouden die twee voortjagende elkaar ten slotte toch nog ontmoeten, evenals twee wezens op een bol, die uit één punt twee tegenovergestelde richtingen opgegaan zijn? En als dat onbegrijpelijke waar was, zou dan het oeroude geheimenis der oneindigheid opgelost zijn ? 'ife^M

Aan den Oostertrans was een schemer van morgenlicht gekomen, de eerste bode van de zon, die weldra onzen berg zou overgieten met weldadig licht; de sterren begonnen te verbleeken, het zwart van den achtergrond des hemels verdween; de oneindigheid sloot zich voor ons oog en spoedig gaf onze geest zich weer willig over aan de illusies van de eindigheden des daags.

In het duister van den nacht wenkte het licht der waarheid en in het daglicht was het duister der begrensdheid.

Sluiten