Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door de vele bochten en hellingen zou de auto voor dat, voor haar luttel aantal palen, betrekkelijk veel tijd noodig hebben — wel acht uren — maar ik zou mijn kopje thee nog bij mijn gastheer in de administrateurs woning van Soengei Landai kunnen drinken.

Het menschelijke vernuft, in den motor tot uiting gekomen, had ze overwonnen, de lengten der dalen, de lange strekking der bergruggen, de verten der meeroevers, de vermoeienis van den steilen klim en de bezwaarlijkheid der langdurende daling. Ze had heel de heerschappij van het weidsche landschap met zijn reuzenmaten omvergeworpen en binnen het bereik gebracht van den zwaksten mensch.

Maar als een trotsche overwonnene sloot het zijn wezen voor den overwinnaar. En wie zóó door het landschap rijdt, die zal niet doordringen in de diepe schoonheid der natuurtafereelen, zijn oog zal niet peilen de ziel der wegblauwende verten en zijn gemoed zal niet kunnen omvademen de wijdten der rondzichten. Gesloten zal voor hem zijn de intimiteit van het stille, kleine zijdal, dat in een bocht van den weg even zich opent.

De steilten zal hij niet aan den lijve voelen en de dalingen zullen zijn knieën niet stram maken; hij zal niet kennen de voldoening van het met eigen inspanning bereikte.

Was het wonder te noemen, toen mij die keus tusschen terugkeeren of verder loopen werd gesteld, dat ik een heimelijke vreugde smaakte, nadat ik mij al uren lang had geërgerd over het rijden door een schitterend landschap, nieuw nog voor mij en dat, ziende maar niet voelend.

De onstuimige wateren van den jongen Batang Hari, gezwollen door zware regens, hadden twee en een half jaar geleden een bruggenpaar weg geslagen en op den middag, dat ik aan zijn steilen oever kwam, was ook de nood-vlotbrug niet te gebruiken.

Daar stond ik beteuterd aan den hoogen oever en de banjirende rivier lachte mij met mijn toeterend benzine-wagentje hoonend uit, wijzend op mijn voeten en op het bamboe-hangbruggetje, dat hij boven zich duldde. Die wenk begreep ik en zonder dralen overschreed ik zijn bruisende diepte gevolgd door een aantal inlanders, ieder met een koffer, een zak of een blik op het hoofd.

Welgemoed stapte ik voorwaarts en, zoo waar, daar ontsloot de wilde

Sluiten