Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De rivier verliet ons, zich verliezend tusschen de oostelijke bergwanden, en de weg, nu flauw verlicht door het schijnsel der rijtuig-lantaarns, slingerde zich door het bosch. Het zal ongeveer half acht geweest zijn, toen de koetsier de paarden inhield en mij vertelde dat wij voor de ingestorte brug over de Soengei Manau stonden.

Luid hoorde ik een rivier bruisen, maar niets was te zien. Gewapend met een der lantaarns ging ik naar den oever en zag bij het zwakke schijnsel vier lange balken, wijd uit elkaar, schuin naar het tegenoverliggende bruggenhoofd loopen. Aan mijn zijde was het hoofd ingestort en de balkeinden lagen een paar meter onder het vlak van den weg. Aan den tegenovergestelden oever heerschte zwarte nacht en geen spoor van menschen, laat staan van karretjes, was te bespeuren.

Wat nu te doen?

Na kort beraad en een blik op de lange balken, waagde ik den overgang. Voetje voor voetje ging het schuin opwaarts over den balk. Onheilspellend donderden de wateren onder mij; zien kon ik ze niet. Veilig overgekomen, vervolgde ik den weg en zag weldra licht, dat door de reten van een huisje scheen. Ik klopte aan, maar men deed natuurlijk niet open; ik vroeg of er geen karretjes waren gekomen, maar kreeg een voor mij onverstaanbaar antwoord.

Verder door te loopen leek mij doelloos, dus terug en de koetsier er op uitgestuurd. Ditmaal moest ik echter den schuinen balk afwandelen en dat scheen mij bedenkelijker dan het opwandelen. Maar nu moest ik er over, want anders was ik van mijn operatie-basis, het karretje, afgesneden.

Heel voorzichtig betrad ik dus het schuine hout en, zij het ook dat merkbaar onheilspellender de bruisende stem van den Manau uit de zwarte diepte opsteeg, zonder ongeval kwam ik aan den overkant.

De koetsier ging er nu op uit en zelf bleef ik bij de paarden.

Minuut na minuut verstreek en stil stond ik te wachten, steeds uitkijkend naar het lichtje der lantaarn. Telkens weer meende ik het te zien aankomen, om het volgend oogenblik te ontwaren, dat een helle vuurvlieg mij misleid had.

Het bruisen van de banjirende wateren en het doordringend getjirp der krekels hielden mij gezelschap, totdat ten langen leste het roode lichtje

Sluiten