Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de hoogte een ijlen kroon van helle roode bloemen dragen, waarom heen het reine azuur glanzend speelt.

Verder en verder zuidwaarts slingerde zich intusschen de weg en eindelijk na een bocht trad op eenmaal de Piek van Korinrji te voorschijn als een donker gevaarte met harde flanklijnen en scherpen top. Zóó luid begroette ik den geweldigen, den van verre gezochten, dat de paarden opschrikten en met het karretje vooruitschoten, zoodat de koetsier bijna van zijn bank viel. Lang duurde die versnelling echter niet en het was al voorbij den middag, toen ik met mijn gastheer, den Heer S. en zijn houten administrateurswoning kennis maakte.

Het weer was prachtig gebleven en toen wij bij zonsondergang door ■zijn tuin wandelden, gloorde de berg op, roodovergoten door de laatste zonnestralen. Hel verlicht was het bovenste, naakte deel van den kegel, dat hoog boven de groene hellingen oprijst. Door de zwarte schaduwen der ravijnen teekenden zich de glanzende ribben te scherper af. Steeds vuriger werd het reuzenlichaam, als zouden zoo dadelijk de vlammen uitslaan, 't Was alsof onze Lieve Heer een luikje van- den hemel openzette, zoodat een straal van den hemellamp den berg trof en hem een bovenaardsche verlichting verleende. Maar te lang mocht blijkbaar dat luikje niet open staan, de engeltjes mochten eens sjechte dingen op aarde zien, en bijna plotseling doofde het licht uit en vielen de grauwe sluiers van den naderenden nacht over de zijden van den bergreus.

In wonderbaarlijke schoonheid had de Piek zich vertoond!

„Is dat een gunstig voorteeken voor mij", zoo vroeg ik mij af? Het verstand trok onwetend de schouders op, maar de hoop knikte bevestigend van ja, en daar men zich altijd aan de hoop moet vastklampen, sliep ik dien nacht vredig in en droomde van hooge rotsen en blauwe luchten en van engeltjes, die uit luiken keken en een lange neus tegen mij trokken.

EERSTE DAG DER BESTIJGING. Nimmer is men beter uit, wanneer een berg bestegen moet worden, dan met een planter, die aan zijn voet woont. Dan krijgt men de koelies, die dragen kunnen en een gids, die het pad kent. En als hij een goed berglooper is en hij gaat met U mede, dan is het succes van den tocht verzekerd.

Sluiten