Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een volledige elasticiteit. Tegen een zijdelingsche knip met wijsvinger en duim bleken zij echter niet opgewassen te zijn. Het beste was evenwel om door te loopen, want stil staande werd een weggeknipte onmiddellijk door twee nieuwen vervangen.

Wij smeerden onze schoenen met zeep in; daarvan moeten zij niets hebben en de koelies wier bloote voeten weldra vol bloed en dikke volgezogen dieren zaten, vroegen ons ook om de zeep.

Gelukkig dat de naarlingen 's avonds, toen wij midden in het bosch het kamp hadden opgeslagen, verdwenen. Waarom? zoo vroeg ik mij zelf af. Zouden zij zijn gaan slapen? Toch weinig waarschijnlijk voor zulke wurmen van lage komaf! Een feit echter en een zeer gewaardeerd feit ook, was hun afwezigheid.

Dank zij het mooie, regenlooze weer en de Korintjische meerwaardigheid onzer dragers, waren wij twee uur verder gekomen, dan mijn metgezel bij zijn vorige bestijging en veel verder dan Veth en van Hasselt. Ruim zestienhonderd meter hoog lag ons bivak, zooals ik met den kookpuntsthermometer kon bepalen.

Werkelijk prachtig had het weer zich gehouden en het avondrood had zelfs tusschen het dichte geboomte doorgeschenen. In korten tijd hadden de Korintjiërs een groote hut gebouwd en 's avonds zag men daar binnen een deken-zee; veertien menschen naast elkaar, ieder ondereen deken! Een vermakelijke aanblik.

Ook in onze tent was het bij het licht van een paar kaarsen recht behagelijk; maar toen het later in den nacht was geworden, de lichten uitgeblazen, de laatste gesprekken verstomd en het vuur verglommen was, toen hoorde ik de stilte van de diepe wildernis om mij heen door een enkele dierstem, door de deining van het krekelkoor, door ritseling van een vallend takje. Stilte, ondoorgrondelijke en onmetelijke stilte, was de grondtoon van het nachtelijk oerwoud. En toch wist ik dat het vol leven was, dat overal dieren rondsloopen, de stille strijd om het bestaan tusschen boomen en planten onvermoeid doorging en dat ik waakte temidden van een wereld, die ons volkomen vreemd is en waar niets meer geldt van al die begrippen van goed en slecht, van mooi en leelijk, waarop zoo velen in menschenwaan wereld-beschouwingen en godsbegrippen bouwen.

Sluiten