Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klauterpogingen mislukten. Daarbij bemerkte, hij echter, dat, ver beneden, die graat gemakkelijk te bereiken was. Den volgenden morgen gingen zij een half uur vóór zonsopgang op weg en kwamen zonder hindernis op den top. Uit de beschrijving is het mij niet heelemaal duidelijk of ze op den Kaboeng Boengo hebben gekampeerd, maar waarschijnlijk acht ik het wel.

Op dat schoone oord met den veelbelovenden naam van „Bloementuin", dat volgens mijn kookpunts-waarneming nog 725 meter onder den top ligt, lagen wij dan genoegelijk in den middagzon te braden, wachtende op achtergebleven koelies en genietende van de bloemenweelde.

Merkwaardig is de plantengroei daarboven!

Robertson en Boden Kloss, twee botanici uit de Straits, die in 1914 ijverig op den berg verzamelden, vonden er de Primula imperialis, die Junghuhn op den Pangerango heeft ontdekt en overigens nog in de Gajoelanden en op den Himalaja werd gevonden; een van die alpine flora kinderen, die ons het nog niet geheel opgeloste probleem van hun verspreiding op geïsoleerde bergtoppen voorleggen.

Een jaar na de beide Engelschen bezocht de Indische natuuronderzoeker, de Hr. Jacobson, den vulkaan en hij gaf mij de namen op van talrijke planten, die ik zien zou. Werkelijk kon ik vele herkennen, zooals de Senecio Sumatrana, een paardenbloem op hooge steel, die met gele bloemboeketten prijkt, het edelweis, de Amphalis Javanica en de bloeiende rhododendrons, de alpenrozen. Maar vooral de Graphalium Longifolium met wit viltachtige blaadjes en gele bloemetjes, die heele hellingen wit kleurt en die ik dan ook hier en daar van steile ribben zag afdalen, als hadden steenafstortingen wit gesteente blootgelegd.

Zoo was het om ons een tuin van bloeiende struiken en glanzende bloemenhellingen, gevat tusschen het witte dons der wolken beneden en het blauw kristal boven; zelfs de barre steenwoestijn van den kratertop lachte met roodbruine en geelwitte wangen.

Maar dof gerommel begint uit het dal aan te rollen; uit het wolkenmeer stijgen witte reuzen op, die dreigend nader komen. Als voorvechters komen uit het ravijn onder ons grillige nevels aandrijven; zij maken zich van de berghellingen meester en worden op den voet gevolgd door de groote strijdwagens, waaruit onder luid gedonder bliksemstralen schieten.

Sluiten