Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weg! noodzaak om lang voor het morgenkrieken op te staan én de zorgvuldig uitgezochte en verpakte barang aan de daarvoor bestemde drie dragers over te geven!

Met gelatenheid draaide ik mij om en sliep droomloos tot het eerste morgenlicht.

Dat gaf echter een minder troostloozen aanblik en deed de nevels, die om den krater heendreven, minder dik schijnen; hier en daar was zelfs nog een ster te zien en het uitzicht naar het dal was vrij, al schenen de lagere bergen met wolken als bezaaid.

Het zag dus niet zoo heel bedenkelijk er uit en de hoop begon met het aangroeiende daglicht in mijn hart op te leven; zoodat ik zelfs haast begon te maken en het waardeerde, dat er maar enkele minuten behoefden te verloopen tusschen opstaan en wegwandelen, daar alles den vorigen avond klaar was gezet.

Niets is geestdoodender bij een bergtocht dan het sjokken achter een gids, die alle initiatief van wegzoeken, alle genot van padvinden ontneemt en moge het al in de woudwildernis voor een stedeling geraden zijn om den met bosch en pad vertrouwden inboorling te volgen, op de open puinhellingen der kraterkegels is het onnoodig. Met vaart klom ik dus vooraan en zag met heimelijke vreugde mijn metgezel en de dragers verre achter mij blijven, zoodat ik weldra mij geheel alleen voelde, volgend de richting, die we ons van het kamp uit den vorigen dag hadden uitgezocht. Eerst over den lagen rug, waarop de Kaboeng Boengo ligt, dan westwaarts over een rotsige helling vol bloeiende rhododendrons tot aan de laagste bastions van den afdalenden ravijnwand. Tusschen twee hunner kwam ik als door een rotspoort op den grooten kegelmantel, die tot aan den hoogsten kraterrand opstijgt.

Dat mantelgedeelte rijst echter niet uit de vlakte op; eerst toch verheft zich de westelijke bergflank tot een „Somma'' de Goenoeng Elok geheeten en daalt daarna weer af tot de bovenbedding van den Timboeloen. Uit dat dal stijgt dan de nieuwe kraterkegel op.

Op dien jongeren mantel was ik nu aangeland en ik had maar langs den rand van het ravijn te klimmen om den hoogen kraterrand te bereiken en die te volgen tot aan zijn meest verheven punt.

Sluiten