Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voetstuk van een meetwerktuig diende het echter helaas niet; maar daarover later.

De wind blies mij nu met kracht in den rug en samen met de voor hem uitgedreven nevels liep ik langs den afgrond, hier en daar een, op vallen staand, rotstuk vermijdend of ten minste met grootere snelheid overtrekkend. Moeilijk was het niet, maar vol vreemde emotie, dat loopen in de neveleenzaamheid over een grillig getanden graat, met den peilloozen wolkenbajert ter linker en ter rechter de steil naar beneden glijdende rotshelling van den kegel

Een lugubere ontmoeting had ik met een boschgeit, een dooden, die als een trieste hoop beenderen, bedekt door een lap huid, op den uitersten rand van den afgrond lag,

Zou hij daarheen zijn gekomen om in eenzame hoogte te sterven? Was het misschien hetzelfde dier, dat vijf jaar geleden een gezelschap beklimmers nieuwsgierig nagegluurd had ? Het waren van Waterschoot van der Gracht en tochtgenooten, die uit Korintji de bestijging hadden ondernomen.

Nieuwe, hoogere gedeelten van den graat maakten zich los uit den nevel en geheel in het onzekere hoe ver het nog zou zijn, daar men mij van drie uren klimmens had gesproken, terwijl ik pas anderhalf uur geleden het kamp had verlaten, vervolgde ik mijn luchtige wandeling tusschen hemel en aarde. Maar op eenmaal zie ik, voor mij uit, een steenstapel, de onmiskenbare cairn door vorige beklimmers op den top gebouwd en even over zevenen sta ik naast dien steenman en zie de graat naar de andere zijde weder afdalen.

Een uitroep van voldoening ontsnapte mij, toen ik triomfantelijk de ijzeren punt van mijn braven bergstok tusschen de blokken van den steenman stiet en bijna de flesch met de naamkaarjes der mijningenieurs van 1913 verbrijzelde

Die bergstok, ja, dat was het eenigste. deel van mijn bagage dat mij niet verlaten had!

Als een komeet, die allengs langs zijn baan zijn kometenstof achter laat, zoo had ook ik telkens wat moeten achterlaten; instrumenten in Padang, een zieken bediende in het hospitaal te Fort de Koek; een strooien hoed in de auto bij den Batang Hari; kleeren beneden in het dal; blikjes in het

Sluiten