Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kamp en mijn laatst overgebleven bezittingen kwamen aanwandelen; tenminste dat hoopte ik. En zoo stond ik dan eenzaam en ontdaan van alle aardsche goederen, behalve de dunne kleeren, die ik aan had, in den kouden nevel en den ijzigen wind op het hoogste punt van Sumatra.

Tot mijn verbazing zag ik op eenmaal leven; een dikke, langstaartige muis trippelde tusschen de steenen rond.

Met de vriendschappelijkheid van den verlatene begroette ik het diertje, maar het bekommerde zich ganschelijk niet om mij en ging voort om overal rond te snuffelen en op plekken, waar ik niets dan kale steen kon bespeuren, iets te knabbelen en dus blijkbaar voedsel vindende. Het beestje negeerde mij volslagen en toen ik het eindelijk eens bij de punt van zijn staart in de hoogte tilde, spartelde het wel even, maar hervatte daarna ongestoord zijn snuffelrondgang.

Weldra werd mijn aandacht van het muisje afgeleid, want de nevel brak en opeenmaal vertoonde zich in het Oosten een bergmeer omlijst door hooge bergen. Gelijk een metaalspiegel weerkaatste het de stralen van den morgenzon en lag als een levend juweel gevat tusschen donkere kegels.

Het was de Danau Toedjoeh, het eenzame bergmeer, welks aanblik reeds de eerste bestijgers van den Piek zoo trof.

Op bijna twee duizend meter hoogte ligt zijn waterspiegel en langs zijn beboschte boorden rijzen randbergen steil, tot zeshonderd meter hoogte, op. Juist naar den Piek toe is een uitlaat en stort zich het water met een hoogen val in een donkere woudkloof, zoodat van mijn hoog standpunt bijna het geheele meer zich overzien liet.

In 1885 baande zich die ondernemende triangulatie-man, de oud sergeant Wolff, alvorens de tweede bestijging van den Piek uittevoeren, dwars door de wildernis een pad naar het meer en bereikte het,na een woudstrijd van twee weken. Tegenwoordig is het allang topographisch opgenomen; maar een beschrijving van het meer weet ik niet te vinden. En toch, hoe gaarne zou men niet wat vernemen van dat hooggelegen en hoogomrande bergmeer, dat daar in de diepste wildernis eenzaam en vergeten ligt te droomen, als de schoone slaapster in het bosch.

Weldra kwam in het Westen een opening in de wolken en liet zich ook aan die zijde een klein rond meertje zien. Het lag in de uitgestrekte

Sluiten